

Verbod Bandidos ziet niet op lokale chapters en internationale club
HR 24 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:797
(1) Voor het zijn van een informele vereniging is vereist dat er een zelfstandig lichaam is dat als zodanig deelneemt aan het rechtsverkeer, dat leden heeft en dat gericht is op een bepaald doel. (2) Ook een informele vereniging kan afdelingen hebben die rechtspersoonlijkheid bezitten. (3) Het begrip corporatie als bedoeld in art. 10:122 BW is een ruim begrip. Welke eisen kunnen worden gesteld aan de stelplicht van het OM dat van een corporatie sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Lees meer…

Prejudiciële vragen over de binding van de niet procederende echtgenoot aan een uitspraak over de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst
HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:810
(i) Een door een echtgenoot ingestelde rechtsvorderingen tot (terugbetaling vanwege) vernietiging van een effectenleaseovereenkomst is niet op grond van art. 3:171 BW ingesteld ten behoeve van de gezamenlijke echtgenoten. Daarop gegeven onherroepelijke beslissingen hebben dan ook niet uit dien hoofde bindende kracht jegens beide echtgenoten;
(ii) Een onherroepelijke beslissing over het beroep op art. 1:89 lid 1 BW in een procedure waarin slechts een echtgenoot als procespartij is opgetreden heeft niet op de voet van art. 236 Rv gezag van gewijsde jegens de andere echtgenoot. De strekking van de art. 1:88 BW en 1:89 BW brengt echter wel mee dat met een onherroepelijke beslissing over het beroep op vernietiging in een procedure tussen de niet handelende echtgenoot en de wederpartij, ook tussen de handelende echtgenoot en de wederpartij vaststaat of de vernietiging rechtsgeldig was. Als de niet handelende echtgenoot geen partij was in de eerdere procedure kan de wederpartij jegens hem of haar daarentegen niet het gezag van gewijsde van de eerdere uitspraak inroepen. Lees meer…

In kort gedingen over Gemeenschapsmodellen zijn alle Nederlandse voorzieningenrechters bevoegd
HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:743 (Cassatie in het belang der wet)
Alle Nederlandse voorzieningenrechters zijn relatief bevoegd in kort gedingen over Gemeenschapsmodellen. Voor zover art. 3 Uitvoeringswet GModVo anders bepaalt, is het artikel onverbindend. Lees meer…

Wet Bopz: instelling niet geplaatst op Bopz-lijst
HR 24 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:805
Op grond van art. 18 lid 1 Wet Bopz (oud) is voor de verlening van een machtiging tot voortgezet verblijf vereist dat de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis in de zin der wet verblijft. Lees meer…

Karakter comparitie na aanbrengen en recht mondelinge behandeling ten overstaan van raadsheren die eindarrest zullen wijzen
HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726
De comparitie na aanbrengen in hoger beroep heeft een eigen doel en karakter. Deze comparitie strekt er met name toe voor een schriftelijke uitwisseling van partijstandpunten de mogelijkheid van een schikking te beproeven of afspraken te maken over het procesverloop. Indien partijen op deze zitting ook een toelichting geven op hun standpunten, behoeft dit niet plaats te vinden ten overstaan van de (meervoudige) kamer die ook eindarrest zal wijzen. Lees meer…

Heruitgifte in erfpacht en gerechtvaardigd vertrouwen
HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:719
Uit de door het hof vastgestelde feiten kan niet worden geconcludeerd dat de Staat bij verweerder het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat de kortingen die in het kader van de oorspronkelijke erfpachtovereenkomst zijn gegeven, ook zouden worden toegepast bij de heruitgifte in erfpacht. Lees meer…

Hoe lang duurt de vereffening van een failliete boedel?
HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:801
Wat moet de curator doen indien, voordat alle vorderingen op derden zijn geïncasseerd, een boedeloverschot ontstaat? De Hoge Raad oordeelt dat de curator alle geverifieerde schuldeisers dient te betalen zodra blijkt dat er voldoende gelden aanwezig zijn en dat daarmee het faillissement en de taken van de curator eindigen. Lees meer…

Werknemer mag re-integratieverplichtingen opschorten als werkgever het loon niet betaalt
HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:723
Een zieke werknemer mag zijn op art. 7:660a BW berustende re-integratieverplichtingen opschorten als de werkgever het gedurende de ziekte verschuldigde loon niet betaalt of heeft betaald. Deze verplichtingen staan tegenover elkaar in de zin van art. 6:262 lid 1 BW en tussen de loonvordering van de werknemer en zijn verbintenis tot nakoming van re-integratieverplichtingen bestaat voldoende samenhang om de opschorting te rechtvaardigen in de zin van art. 6:52 lid 1 BW. Lees meer…

Afstemming kortgedinguitspraak op uitspraak bodemprocedure en de Ritzen/Hoekstra maatstaf
HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:806
(i) de afstemmingsregel brengt mee dat de voorzieningenrechter zijn oordeel moet afstemmen op meest recente uitspraak in de bodemprocedure, ongeacht of die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;
(ii) het oordeel dat een te executeren uitspraak berust op een klaarblijkelijke feitelijke of juridische misslag, brengt niet steeds mee dat de executant die deze uitspraak ten uitvoer legt, misbruik van bevoegdheid maakt. Lees meer…

Reikwijdte art. 7:259 BW bij geliberaliseerde woonruimte
HR 24 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:808
De huurder van geliberaliseerde woonruimte kan, ook ná het sluiten van de huurovereenkomst waarin overeenstemming is bereikt over servicekosten, de hoogte van die kosten ter toetsing voorleggen aan de rechter. De betalingsverplichting met betrekking tot servicekosten mag door de rechter worden bepaald op een bedrag dat in overeenstemming is met de voor de berekening daarvan geldende wettelijke voorschriften of met hetgeen als een redelijke vergoeding voor de geleverde zaken en diensten kan worden beschouwd (art. 7:259 lid 1 BW). Op de doorbelasting van oneigenlijke servicekosten is art. 7:264 BW van toepassing. Lees meer…