Twee keer voeging in cassatie

Twee keer voeging in cassatie

HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1787 en ECLI:NL:HR:2019:1788

(1) Voor voeging is vereist dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert.
(2) Aan een vordering tot voeging in een volgende instantie staat niet in de weg dat de partij die voeging vordert zelf geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen de uitspraak. Lees meer…

Erfafscheiding: haag of hek?

Erfafscheiding: haag of hek?

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1907

Een eigenaar mag medewerking vorderen van de eigenaar van een aangrenzend erf aan het voor gezamenlijke rekening oprichten van een ondoorzichtige scheidsmuur van minstens twee meter hoog, tenzij plaatselijk andere regels gelden over de wijze of hoogte van de afscheiding. In dit geval was er al een coniferenhaag als erfafscheiding, die daaraan niet voldeed. De eigenaar mocht daarom medewerking van zijn buren verlangen aan een erfafscheiding die wel aan de eisen voldoet. Uitzonderingen op die regel (zoals misbruik van recht of rechtsverwerking) zijn denkbaar, maar deden zich in dit geval niet voor. Lees meer…

Wegvallen belang bij cassatie door voldoening deel gevorderde hangende cassatieprocedure

Wegvallen belang bij cassatie door voldoening deel gevorderde hangende cassatieprocedure

HR 8 november 2019 ECLI:NL:HR:2019:1725

Het belang bij vernietiging van de in cassatie bestreden uitspraak is weggevallen, nu verweerster in cassatie het met één klacht van het cassatiemiddel gemoeide bedrag aan eiseres tot cassatie hangende de cassatieprocedure heeft voldaan en de Hoge Raad de overige onderdelen van het cassatiemiddel verwerpt. Lees meer…

Schending hoor en wederhoor doordat hof onverwacht over ‘geschorst’ deel van het geding beslist

Schending hoor en wederhoor doordat hof onverwacht over ‘geschorst’ deel van het geding beslist

HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1917 (X/Y en mr. Brouns q.q.)

1. Wanneer de curator niet verschijnt om de procedure over te nemen ten aanzien van de vorderingen die vallen onder art. 28 Fw, heeft de eiser/geïntimeerde geen recht op ontslag van instantie.
2. Door te beslissen op vorderingen waarover het hof eerder had geconstateerd dat de procedure in zoverre op grond van art. 29 Fw was geschorst, zonder geïntimeerden in de gelegenheid te stellen alsnog voor antwoord te memoreren, heeft het hof het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Lees meer…

Beoordelen van (zwaarwichtig belang bij) eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarde

Beoordelen van (zwaarwichtig belang bij) eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarde

HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1864; 1867; 1869;  en 1870

Wanneer de werkgever zich beroept op een eenzijdig wijzigingsbeding, moet de rechter – met inachtneming van alle omstandigheden van het geval – beoordelen of het belang van de werkgever bij wijziging van de arbeidsvoorwaarde, ten opzichte van het belang van de werknemer bij ongewijzigde instandhouding van de arbeidsvoorwaarde, zodanig zwaarwichtig is, dat het belang van de werknemer op gronden van redelijkheid en billijkheid moet wijken voor het belang van de werkgever. Lees meer…

Oneerlijke wijzigingsbedingen in hypotheekvoorwaarden?

Oneerlijke wijzigingsbedingen in hypotheekvoorwaarden?

HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830

(i) De beoordeling of een beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG moet worden verricht met inachtneming van alle relevante omstandigheden ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst. Daartoe behoren ook de overige voorwaarden van de overeenkomst. Dat het beding onvoldoende duidelijk is, is bij de oneerlijkheidsbeoordeling een belangrijke factor, maar maakt het beding niet zonder meer oneerlijk. Voor de oneerlijkheidstoetsing mag géén acht worden geslagen op de omstandigheid dat een beroep op het beding in een concreet geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn;
(ii) Punt 2.b van de Bijlage bij Richtlijn 93/13/EEG bepaalt dat de plaatsing van eenzijdige wijzigingsbedingen op de indicatieve lijst niet verhindert dat financiële dienstverleners vanwege een geldige reden de rentevoet wijzigen, indien zij de consument daarvan onmiddellijk op de hoogte stellen en deze dan vrij is de overeenkomst op te zeggen. Deze bepaling brengt mee dat het beding voldoende moet verzekeren dat de consument bij een wijziging tijdig over de informatie kan beschikken die hij nodig heeft om op de meeste geëigende wijze op zijn nieuwe situatie te reageren. Daarom moeten de voorwaarden die in deze bepaling worden genoemd (een geldige reden, onmiddellijke kennisgeving en de opzegbevoegdheid) in de overeenkomst zijn vastgelegd. Lees meer…

Alcohol- en drugstesten door werkgever verenigbaar met Arubaanse grondrechten?

Alcohol- en drugstesten door werkgever verenigbaar met Arubaanse grondrechten?

HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1834

Aan de in art. I.3 en I.16 lid 1 van de Staatsregeling van Aruba opgenomen grondrechten komt als zodanig geen directe werking toe in verhoudingen tussen burgers onderling. Beperkingen van de uitoefening van deze grondrechten kunnen daarom in beginsel door partijen worden overeengekomen. De door partijen gesloten overeenkomst waarin de werknemer aan de werkgever toestemming geeft voor het uitvoeren van alcohol- en drugstesten, is dan ook verenigbaar met deze grondrechten. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl