Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: bewindvoerder


HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:813

Op grond van art. 4:71 BW komt de waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt in mindering op zijn legitieme portie. De opvatting dat bij de vaststelling van de in art. 4:71 BW bedoelde waarde geen rekening mag worden gehouden met het waardedrukkende effect van een voorwaarde die aan een making is verbonden, is, in haar algemeenheid, onjuist. (meer…)

HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:758

De bewindvoerder in een meerderjarigenbewind geldt als wettelijk vertegenwoordiger in de zin van art. 4:193 lid 1 BW. Die bepaling bevat regels over de aanvaarding en verwerping van nalatenschappen. Art. 1:441 BW geeft daarvoor deels andere regels. De Hoge Raad legt uit hoe deze regels zich tot elkaar verhouden. De bewindvoerder moet op grond van art. 4:193 lid 1 BW binnen drie maanden de in dat artikellid bedoelde verklaring omtrent de nalatenschap afleggen. Op grond van art. 1:441 lid 5 BW kan hij de nalatenschap met instemming van de rechthebbende ook zuiver aanvaarden. De bewindvoerder is, na machtiging door de kantonrechter, met uitsluiting van de rechthebbende bevoegd tot verwerping van de nalatenschap. Legt de bewindvoerder niet binnen de termijn van drie maanden een verklaring af, dan geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard.

(meer…)

HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:964

Ook de eerste werkzaamheden van een opvolgend bewindvoerder vallen onder de reikwijdte van het begrip ‘aanvangswerkzaamheden’ zoals bedoeld in art. 3 lid 5, onder a, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Bovendien kan een bewindvoerder die wegens pensionering om ontslag verzoekt, aanspraak maken op de beloning voor het opmaken van een eindrekening en verantwoording. (meer…)

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:145

Dit arrest is een vervolg op HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:110 waarin is beslist dat tekortkomingen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen niet zonder meer aan de schuldenaar kunnen worden toegerekend indien een bewindvoerder zijn verplichting niet is nagekomen. Het verwijzingshof heeft beslist dat de bewindvoerder zijn verplichting wel is nagekomen. De Hoge Raad acht dit oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd en verwijst het geding (opnieuw) naar een ander hof. (meer…)

HR 27 januari 2016, ECLI:NL:HR:2017:110

Tekortkomingen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen kunnen niet zonder meer aan de schuldenaar worden toegerekend indien een bewindvoerder haar verplichting om het aanvragen van een beschermingsbewind ‘nauwgezet te monitoren’ niet is nagekomen. (meer…)

Cassatieblog.nl