Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: huwelijksvermogensrecht


Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:126

In het internationaal privaatrecht vormt de openbare orde-exceptie een correctie op de toepassing van het recht dat volgens de conflictregels toepasselijk is. De openbare orde in internationaal-privaatrechtelijke zin bestaat uit fundamentele waarden en beginselen van de Nederlandse rechtsorde. De Hoge Raad oordeelt nu dat de openbare orde-exceptie ook in processuele zin van openbare orde is. Dat betekent dat de rechter die exceptie ambtshalve moet toepassen. De rechter in hoger beroep moet dat ook doen buiten het door de grieven ontsloten gebied. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

Cassatievlog #154 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:126

De openbare orde-exceptie (o.a. art. 10:6 BW) is in processuele zin van openbare orde. Dat betekent dat de rechter die ambtshalve en zo nodig buiten het door de grieven ontsloten gebied moet toepassen. (meer…)

Cassatieblog HR 24 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1630 (Ontbinding Montenegrijns huwelijk) 

Deze zaak gaat over de ontbinding van een in Berane (tegenwoordig Montenegro) gesloten huwelijk. Het hof had een Duitstalig boek gebruikt voor het antwoord op de vraag of en hoe huwelijkse voorwaarden rechtsgeldig gemaakt konden worden volgens het destijds in Berane geldende recht. Een motiveringsklacht over ’s hofs lezing van dat boek slaagt. (meer…)

HR 15 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:885

 De omstandigheid dat de Ontvanger bij toepassing van Roemeens huwelijksvermogensrecht wordt bemoeilijkt in de uitoefening van zijn invorderingstaak respectievelijk dat hij zich vervolgens slechts kan verhalen op hetgeen de belastingplichtige bij de verdeling op grond van Roemeens huwelijksvermogensrecht wordt toebedeeld, raakt niet aan fundamentele beginselen van de Nederlandse rechtsorde. (meer…)

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2379

In het geval een verschil zich voordoet tussen Nederlandse en niet-Nederlandse erflaters wat betreft hun bekendheid met en toegang tot een regel van Nederlands huwelijksvermogensrecht, bijvoorbeeld bij de uitsluitingsclausule uit art. 1:94 lid 2 onder a (oud) BW, dan kan een beroep worden gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De enkele omstandigheid dat het op de erfrechtelijke verkrijging toepasselijke buitenlandse recht niet een algehele gemeenschap van goederen als huwelijksvermogensregime kent of tot uitgangspunt neemt, volstaat in dat verband niet. (meer…)

Cassatieblog.nl