Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Rv art. 217


HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241

1. De executeur en afwikkelingsbewindvoerder van een nalatenschap heeft, in verband met zijn positie bij de afwikkeling van de nalatenschap, een voldoende belang bij voeging in een procedure waarin de vraag speelt welk recht op die afwikkeling van toepassing is.
2. Het woord “afwikkeling” in het kader van een nalatenschap heeft geen specifieke juridische betekenis. Die aanduiding dient ertoe de feitelijke afhandeling van een nalatenschap aan te duiden. Daaronder kon, in het onderhavige geval, zonder schending van enige rechtsregel ook de “verdeling” worden begrepen. (meer…)

HR 22 juni 2012, LJN BW9067 (N.V. Zeedijk/Heineken Nederland B.V.)

Niet de kwalificatie die de interveniërende partij zelf aan haar processuele hoedanigheid heeft gegeven, maar de beoordeling van haar processuele positie door de rechter aan de hand van haar opstelling in het geding is beslissend voor haar processuele hoedanigheid. Het hof heeft kennelijk en terecht de interveniërende partij Damu beschouwd als gevoegde partij aan de zijde van Heineken, nu deze partij het door Heineken gevoerde verweer steunde en ook zelf verweer tegen de vordering heeft gevoerd.  (meer…)

Cassatieblog.nl