Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: Rv art. 477a


HR 13 juli 2012, LJN BW4008 (X c.s./Ontvanger van de Belastingdienst Rivierenland)

Op een incidentele vordering wordt eerst en vooraf beslist indien dit uit een bijzondere wettelijke regel volgt of “indien de zaak dat medebrengt” (art. 209 Rv). Bij de toepassing van deze maatstaf dient de rechter na te gaan of een voorafgaande behandeling en beslissing redelijkerwijs geboden zijn en niet leiden tot een onredelijke vertraging van het geding. In dit geval, waarin een incidentele vordering is ingesteld tot oproeping van de geëxecuteerde in een verklaringsprocedure, brengt de aard van deze incidentele vordering niet mee dat daarop voorafgaand moet worden beslist, nu voor de oproeping van de geëxecuteerde geen verlof van de rechter nodig is. (meer…)