Bestuurdersaansprakelijkheid: persoonlijk ernstig verwijt en onbekendheid met terugwerkende kracht faillissement
HR 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:499 (ING/Verweerders)
Bij het oordeel of een (indirect) bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt ter zake van na een faillissementsaanvraag verstrekte betalingsopdrachten, kan de onbekendheid van de (indirect) bestuurder met de terugwerkende kracht van het faillissement van belang zijn. (meer…)
Merkhouder moet soms ouder overeenstemmend teken als merk voor dezelfde waren tolereren
HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:292 (Leidseplein/Red Bull II)
(1) De houder van een bekend merk kan uit hoofde van een geldige reden in de zin van art. 5, lid 2 Merkenrichtlijn verplicht worden te tolereren dat een derde een teken dat overeenstemt met dat merk gebruikt voor dezelfde waren als waarvoor dat merk is ingeschreven, indien vaststaat dat dat teken is gebruikt voordat het merk werd gedeponeerd en het gebruik ervan voor dezelfde waren te goeder trouw is.
(2) Het hof na verwijzing is niet gebonden aan wat het HvJEU omtrent de feiten heeft geoordeeld, voor zover die niet in de nationale procedure zijn of zullen worden vastgesteld.
(3) Art. 10bis Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom heeft geen rechtstreekse werking.
(4) Reis- en verblijfkosten voor het pleidooi bij het Hof van Justitie vallen onder de op de voet van art. 1019h Rv te vergoeden kosten. (meer…)
Recente berichten
- Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
- Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
- Cassatievlog #161 | Verkeerd ingediend beroepschrift
- Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht
- Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen
- Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
- Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW: wat geldt als referteperiode?
- Als de rechter of de gecertificeerde instelling het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig acht, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (339)
- Arbeidsrecht (249)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (56)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (84)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (207)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (23)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (218)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (897)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (320)
- Vermogensrecht algemeen (93)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (135)