Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

januari, 2018

Omzetbelasting uit verkoop bij parate executie door pandhouder in faillissement is geen boedelschuld

CB 2018-19 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3149 (Roeffen q.q. / Ontvanger)

Prejudiciële vragen. De omzetbelastingschuld die ontstaat bij verkoop en levering als gevolg van parate executie door de pandhouder in faillissement levert geen boedelschuld op. Er is geen sprake van een rechtshandeling van de curator waaraan de verschuldigdheid van omzetbelasting is verbonden. Dit geldt ook als de executoriale verkoop door de pandhouder plaatsvindt terwijl de curator het bedrijf van de gefailleerde voortzet. Lees verder >

Vervangen raadsheer-commissaris die mede het eindarrest wijst en de tenzij-clausule van art. 6:181 BW

CB 2018-18 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3016

1) De raadsheer-commissaris heeft aan partijen (uitsluitend) voorgesteld om met de kamer te bespreken in hoeverre aanleiding bestond een van de andere leden van de kamer als raadsheer-commissaris te laten optreden. Daarop volgde een wisseling van de raadsheer-commissaris. Partijen mochten het voorgaande niet zo begrijpen dat hij zich als raadsheer zou terugtrekken uit de kamer.

2) Voor het ontbreken van aansprakelijkheid van degene die in de opstal een bedrijf uitoefent, is nodig en toereikend dat tussen het bestaan of ontstaan van het gebrek en de bedrijfsuitoefening geen verband bestaat. Lees verder >

Niet de vordering zelf, maar het feitencomplex ten grondslag aan de vordering, is bepalend voor toepassing van de verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW

CB 2018-17 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 17 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:2902, (MBS / verweerders)

De verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW is ook van toepassing op een vordering gebaseerd op bedrog waaraan feiten ten grondslag liggen die ook een vordering uit non-conformiteit zouden kunnen dragen. De verjaringstermijn is slechts dan niet van toepassing indien de vordering wegens bedrog is onderbouwd met feiten die zelfstandig, dus los van de feiten die de non-conformiteitsvordering kunnen dragen, bedrog opleveren. Lees verder >

Hoge Raad: het hervullen van een gehuurde gastank levert merkgebruik op

CB 2018-16 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:10 (Eiseres/Primagaz)

Het hervullen van een gastank waarop een merk van een ander is aangebracht kan ‘gebruik’ van een merk opleveren en afbreuk doen aan de merkenrechtelijke herkomstaanduidings- en kwaliteitsfuncties. Van uitputting van het merkrecht is in het onderhavige geval geen sprake; de betreffende gastank is eigendom gebleven van de merkhouder en vertegenwoordigt geen zelfstandige economische waarde. Lees verder >

Ontstaansmoment loonvordering zorgverlener

CB 2018-15 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2901 (Famed/Kreikamp q.q.)

Een redelijke toepassing van art. 7:461 BW brengt mee dat ingeval in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst meerdere, als zodanig identificeerbare en op geld waardeerbare deelprestaties kunnen worden aangewezen, na verrichting van elk van die deelprestaties een daarmee corresponderende vordering tot betaling van loon ontstaat. Lees verder >

Parket bij de Hoge Raad gaat conclusies eerder publiceren

CB 2018-14 Geplaatst op 11 jan 2018 door

Met ingang van 1 januari 2018 publiceert het parket bij de Hoge Raad de conclusies van de advocaten-generaal in straf- en (grotendeels) in civiele zaken eerder dan op het moment dat de Hoge Raad uitspraak doet. Dit gebeurde al in de belastingzaken. Lees verder >

Enkelvoudige mondelinge behandeling versus meervoudige uitspraak

CB 2018-13 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264

In het licht van HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, geldt bij beslissing van de zaak door een meervoudige kamer als hoofdregel dat een mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel moet plaatsvinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. Afwijking van deze hoofdregel is mogelijk. Partijen moeten in dat geval echter uiterlijk bij de oproeping voor de mondelinge behandeling erover worden geïnformeerd dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Partijen hebben dan het recht om een mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer te verzoeken. Een dergelijk verzoek mag alleen op zwaarwegende gronden worden afgewezen. Lees verder >

Tweeconclusieregel: geen ondubbelzinnige toestemming wederpartij met nieuw verweer

CB 2018-12 Geplaatst op 09 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3238

Tot de uitzonderingen op de zogeheten tweeconclusieregel behoort het geval dat de wederpartij ondubbelzinnig erin heeft toegestemd dat het nieuwe verweer alsnog in de rechtsstrijd wordt betrokken. Het hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat die uitzondering zich in deze zaak niet voordeed. Lees verder >

Bevoegdheid instellen hoger beroep tegen afwijzing verzoek ex art. 104 Fw

CB 2018-11 Geplaatst op 09 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3253

Het in art. 67 Fw toegekende recht van hoger beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris komt uitsluitend toe aan diegenen die als ‘partij’ bij die beschikking kunnen worden aangemerkt. Dit zijn (i) diegene die het tot de beschikking leidende verzoek aan de rechter-commissaris heeft gedaan en (ii) diegene tot wie de beschikking is gericht. De omstandigheid dat het belang van een persoon direct betrokken is bij een beschikking, betekent nog niet dat de beschikking ook tot hem is gericht. Lees verder >

Afsluiting WAM-verzekering na ongeval: WAM-verzekeraar hoeft jegens de benadeelde geen dekking te verlenen

CB 2018-10 Geplaatst op 08 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3268

Afsluiting van een WAM-verzekering nadat met een motorrijtuig een ongeval is veroorzaakt. De WAM-verzekeraar is jegens de benadeelde niet gehouden dekking te verlenen indien volgens de verzekeringsovereenkomst de dekking pas ná het ongeval is ingegaan, ook al is in het RDW-register als ingangsdatum van de WAM-verzekering de datum van het ongeval geregistreerd. Lees verder >

Pagina 2 van 3123