
Kindgebonden budget vermindert niet behoefte aan kinderalimentatie
HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011
Het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop dienen niet in aanmerking te worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind, maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Lees meer…
Staat is aansprakelijk voor misgelopen vakantiedagen
HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2722 en ECLI:NL:HR:2015:2723
Op de aansprakelijkheid van de Staat voor de onjuiste implementatie van Europese richtlijnen in wetgeving in formele zin zijn de normale Nederlandse aansprakelijkheidsregels (art. 6:162 BW) van toepassing. Lees meer…
Inbezitneming: feitelijke machtsuitoefening
HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743
De theoretische mogelijkheid dat ook een huurder feitelijke macht over een strook grond kon uitoefenen, leidt nog niet tot ontkennende beantwoording van de vraag of deze strook in bezit is genomen. Die mogelijkheid is pas van belang als er aanwijzingen waren om de machtsuitoefening ook daadwerkelijk als die van een huurder aan te merken. Lees meer…
Wet Bopz: geen machtiging onder voorwaarden voor opneming in een zwakzinnigeninrichting
HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2915
De rechtbank heeft de voorlopige machtiging verleend, ervan uitgaande dat betrokkene onder voorwaarden thuis kan verblijven. Aldus heeft zij in wezen een voorlopige machtiging verleend met elementen van een voorwaardelijke machtiging. Deze vermenging van twee te onderscheiden rechtsfiguren is in strijd met de Wet Bopz. Bij niet-naleving van de voorwaarden die zijn verbonden aan een voorwaardelijke machtiging kan slechts opneming plaatsvinden in “een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of een verpleeginrichting”. Lees meer…
Het begrip ‘opvolgend vervoerder’ van art. 34 CMR
HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR2015:2528
Ook als er naast de ‘papieren’ vervoerder slechts één feitelijke (hoofd)vervoerder is, dan geldt deze feitelijke vervoerder – mits aan de verdere vereisten van de bepaling is voldaan – als opvolgend vervoerder in de zin van art. 34 CMR. Gelet op art. 39 CMR is deze opvolgend vervoerder gebonden aan de uitspraak in de procedure tussen de hoofdvervoerder en de ladingbelanghebbende, indien hij behoorlijk in kennis werd gesteld van die procedure en de gelegenheid heeft gekregen zich daarin te voegen of tussen te komen. In dat geval kan de tot verhaal aangesproken vervoerder niet alsnog of opnieuw de discussie over de omvang van de aansprakelijkheid openen. Lees meer…
Verschoonbare termijnoverschrijding door onbekendheid met vervroegd vonnis
HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2814
Iemand kan niet buiten zijn schuld als gevolg van een fout of verzuim van (de griffie van) een rechtbank of gerechtshof worden afgesneden van een rechtsmiddel dat de wet hem toekent. Dat geldt zowel voor verzoekschrift- als voor dagvaardingsprocedures. Lees meer…
Verjaring nakomingsvorderingen vs. herstelvorderingen
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2194
De verjaringsregeling van art. 3:307 BW is slechts van toepassing op vorderingen tot nakoming van contractuele verbintenissen die in het geheel niet zijn nagekomen. Indien een zodanige verbintenis gedeeltelijk of anderszins gebrekkig is nagekomen, geldt de regeling van art. 3:311 lid 1 BW. Dat geldt ook indien de verschuldigde prestatie deelbaar is. Lees meer…
Geen saldering tussen waardevermindering overblijvende en vergoeding vanwege bijzondere geschiktheid
HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805 (Staat/onteigende)
Van een bijzondere geschiktheid van het onteigende is volgens de Hoge Raad (ook) sprake als op de kosten van het gehele werk, waarvan het werk op het onteigende een onderdeel is, kan worden bespaard. De bijzondere geschiktheid bestaat hier uit de aanwezigheid van een waterplas die kan dienen als depot voor het werk waarvoor wordt onteigend. Slechts de met de bijzondere geschiktheid verband houdende kosten kunnen in aanmerking worden genomen bij de begroting van het aan de bijzondere geschiktheid verbonden voordeel. Het door de rechtbank in aanmerking genomen nadeel dat in het werk vrijkomende grond niet kan worden vermarkt is een gevolg van de keuze van de Staat om deze niet te vermarkten maar te gebruiken voor verondieping van de plas. Dit nadeel hangt niet samen met de bijzondere geschiktheid. De vergoeding van de meerwaarde wegens bijzondere geschiktheid mag niet in mindering worden gebracht op vergoeding voor de waardevermindering van het overblijvende. Lees meer…
Wet Bopz: gemeente aansprakelijk voor last tot inbewaringstelling; richtsnoer voor tijdstip onderzoek
HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2747
Wordt een last tot inbewaringstelling (art. 20 Wet Bopz) gegeven zonder voorafgaand onderzoek door een psychiater, en vindt een dergelijk onderzoek evenmin plaats “immediately after the arrest”, dan is het gerechtvaardigd om, voor de toepassing van art. 28 lid 1 Wet Bopz (verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige last), de gevolgen van het optreden van de burgemeester jegens de betrokkene toe te rekenen aan de gemeente. Lees meer…
Buitencontractuele beroepsaansprakelijkheid advocaat: geen persoonlijk ernstig verwijt vereist
HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2745
Voor beroepsaansprakelijkheid van een advocaat die een niet aan hem verleende opdracht feitelijk heeft uitgevoerd, gelden de normale vereisten van art. 6:162 BW. Niet is vereist dat de advocaat persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Lees meer…