De Staat is belanghebbende in een procedure ex art. 1:26 BW tot erkenning van buitenlandse adoptiebeslissing
HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1802
Een verzoek tot het geven van een verklaring voor recht op de voet van art. 1:26 BW dat een buitenlandse adoptiebeslissing aan de voorwaarden voor erkenning voldoet, kan ertoe leiden dat van rechtswege de Nederlandse nationaliteit wordt verkregen. De Staat moet in een dergelijke procedure als belanghebbende worden aangemerkt en kan dus hoger beroep instellen tegen een op de voet van art. 1:26 BW gegeven beslissing van de rechtbank. Lees meer…
Geen gratie na veroordeling voor een verjaard feit
HR 29 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1774
De minister kon een gratieverzoek weigeren van een veroordeelde in wiens zaak de Hoge Raad na een koerswijziging niet ambtshalve had getoetst of het strafbare feit ten tijde van het hofarrest was verjaard, terwijl het cassatieberoep al voor die koerswijziging aanhangig was. De motivering van de minister dat toewijzing van het gratieverzoek een bewuste keuze van de Hoge Raad zou doorkruisen was toereikend. Lees meer…
Man die zijn echtgenote in ontoerekeningsvatbare toestand om het leven brengt, is niet onwaardig om te erven – maar erft toch niet
HR 6 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1797
Art. 4:3 lid 1 aanhef en onder a BW bepaalt dat onwaardig is om uit een nalatenschap voordeel te trekken: hij die onherroepelijk is veroordeeld ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht. Een uitspraak van de strafrechter waarin is bewezenverklaard dat de verdachte het feit heeft begaan, maar waarin de verdachte is ontslagen van rechtsvervolging vanwege een strafuitsluitingsgrond, is niet zo een veroordeling. De uitspraak van het EHRM in de zaak Velcea et Mazăre/Roemenië kan niet meebrengen dat de voorwaarde van een strafrechtelijke veroordeling in dit geval niet onverkort wordt gehandhaafd. De feiten laten echter geen ander oordeel toe dan dat het in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de man aanspraak heeft op de nalatenschap van zijn door hem om het leven gebrachte echtgenote. Lees meer…
De positie van een dynamisch incorporatiebeding bij een overgang van onderneming
HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1068
Dit arrest gaat over de positie van een zogeheten dynamisch incorporatiebeding bij een overgang van onderneming. Een dergelijk beding ‘incorporeert’ niet alleen de ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst geldende cao (‘statisch’), maar verklaart ook de nadien overeengekomen cao’s toepasselijk (‘dynamisch’). Kunnen werknemers zich na een overgang van onderneming op dit beding beroepen? Lees meer…
De afwijzing van een verzoek om als belanghebbende te worden aangemerkt in de zin van art. 798 lid 1 Rv is een einduitspraak, waarvan hoger beroep of cassatieberoep openstaat
HR 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1667
De afwijzing van een verzoek om als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv te worden aangemerkt is een einduitspraak, waarvan hoger beroep of beroep in cassatie openstaat. Daaraan doet niet af dat in deze zaak de beslissing van de rechtbank niet de vorm van een beschikking had, noch dat de rechter die beslissing niet heeft ondertekend. Lees meer…
De uitgifte in erfpacht van gronden op Sint Maarten
HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1906
Deze zaak draait om de Landsverordening op uitgifte in erfpacht van gronden toebehorende aan Sint Maarten. Hoofdstuk III van die verordening, getiteld ‘Vervreemding’, is niet van toepassing op de bevoegdheid van de minister om gronden in erfpacht uit te geven. Lees meer…
Rechtsmacht Nederlandse rechter op grond van art. 7 lid 1 Brussel II-ter
HR 8 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1594
Voor het bepalen of de rechter rechtsmacht heeft op grond van art. 7 lid 1 Brussel II-ter (voorheen art. 8 lid 1 Brussel II-bis) is van belang de woonplaats van het kind op het tijdstip dat het stuk waarmee het geding wordt ingeleid bij het gerecht wordt ingediend. Dit inleidende stuk is het stuk waarvan de betekening of mededeling de verweerder in staat stelt zijn rechten te doen gelden voordat de rechter een uitvoerbare beslissing geeft. Daarvan was in dit geval pas sprake toen de vader, voor het eerst in zijn verzoekschrift in hoger beroep, verzocht om de moeder te veroordelen om met de minderjarige terug te verhuizen naar Nederland. Lees meer…
Voor ‘krimp’ van Schiphol moet de evenwichtige aanpak doorlopen worden
Hoge Raad 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1061
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam, omdat de Experimenteerregeling een maximumaantal vliegtuigbewegingen voorschrijft, hetgeen niet is toegestaan op grond van art. 8.23a van de Wet Luchtvaart. Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat stoppen met anticiperend handhaven en/of de Experimenteerregeling het aantal vliegtuigbewegingen beperkt ten opzichte van het aantal toegestane vliegtuigbewegingen van 500.000. Een dergelijke beperking is alleen toegestaan na het doorlopen van de zogenoemde ‘evenwichtige aanpak’. Lees meer…
Voor inbezitneming van ‘publieke grond’ geldt geen afzonderlijke maatstaf
HR 8 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1606 (Gemeente Laarbeek / verweerder)
Er geldt géén afzonderlijke maatstaf voor inbezitneming van grond met een publieke bestemming. Bij het beoordelen of grond met een publieke bestemming in bezit is genomen door een niet-rechthebbende, moet rekening worden gehouden met die bestemming. Lees meer…
Beoordeling inzagevordering bij selectie op basis van zoektermen
HR 29 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1773
Bij een inzagevordering ex art. 843a Rv kan aan de hand van zoektermen worden afgebakend welke bescheiden voldoen aan de eisen van bepaaldheid en rechtmatig belang bij inzage. Dat dit ertoe kan leiden dat sommige bestanden ten onrechte wel en andere ten onrechte niet worden geselecteerd, is op zichzelf onvoldoende reden om een inzagevordering af te wijzen. Ook dan kan het rechtmatig belang van degene die inzage vordert, zwaarder wegen dan het belang van degene die zich daartegen verzet. Lees meer…