Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: belanghebbende


HR 22 april 2022 ECLINL:HR:2022:622

De Hoge Raad heeft verduidelijkt wie moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind. Het antwoord op die vraag is van belang omdat een belanghebbende in de procedure betrokken moet worden en eventueel een rechtsmiddel kan instellen. In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad in 3 minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #017 is ook als podcast beschikbaar.

HR 21 december 2021 ECLI:NL:HR:2021:1967 National Chemical Carriers / Staat e.a.

Martijn Scheltema behandelt in drie minuten een zaak over de gevolgen van olieverontreiniging in de Rotterdamse haven. Onderdeel van het geschil is of het Internationale fonds voor het opruimen van olieverontreiniging mede gehouden is de daardoor ontstane schade te vergoeden. Die inhoudelijke vraag is in deze beschikking niet beantwoord, wel de vraag of het Fonds, dat eerder in deze verzoekschriftprocedure nog niet was verschenen, dat in cassatie wel kan en of het ook nog zelf cassatiemiddelen kan aanvoeren.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #005 is ook als podcast beschikbaar.

HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1967

De Hoge Raad heeft beslist dat een niet eerder verschenen belanghebbende in cassatie als belanghebbende kan worden toegelaten, indien hij buiten zijn schuld in eerdere instanties niet is verschenen, en dan zelfs nog van zijn kant incidentele cassatiemiddelen kan aanvoeren. (meer…)

HR 18 juni 2021 ECLI:NL:HR:2021:950

De in art. 798 lid 2 Rv genoemde verwanten behoren tot de personen die een beschermingsmaatregel kunnen verzoeken en daarmee tot degenen die een verzoek kunnen indienen tot ontslag van de curator, bewindvoerder of mentor. (meer…)

HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1900

Zonder nadere motivering valt niet in te zien dat de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende zijn om verzoeker bij het beleid van de stichting als belanghebbende in zin van art. 2:298 lid 1 BW, art. 2:299 BW en art. 2:21 lid 4 BW te kunnen aanmerken. Aan de omstandigheid dat  verzoeker geen bestuurder van de stichting is, komt geen beslissende betekenis toe. Evenmin speelt bij de beoordeling van de ontvankelijkheid een rol dat de gevraagde voorzieningen zwaar ingrijpen in de governance van de stichting.  (meer…)

Cassatieblog.nl