Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

bezit

Caribische zaak: kwalificatie overheidsgrond

CB 2018-86 Geplaatst op 17 mei 2018 door

HR 4 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:696

In deze Caribische zaak heeft de Hoge Raad bepaald dat niet reeds van overheidsgrond in de zin van art. 5:24 BWSM (en tevens het equivalent in het BW) sprake is als onbekend is wie de eigenaar van de grond is. Het gaat erom dat de grond geen (andere) eigenaar heeft. Lees verder >

Perikelen rondom verkrijgende verjaring, bezit en inbezitneming van grond

CB 2017-155 Geplaatst op 21 aug 2017 door

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1268

De hier te bespreken zaak speelt zich af op het landgoed Park Oud Wassenaar, een particulier landgoed waarop zich (onder meer) het Kasteel Oud-Wassenaar en een viertal appartementsgebouwen met in totaal 60 appartementen bevinden. Het park en het kasteel waren sinds 1924 in eigendom van de familie van X. Medio 1975 werd het park rondom het kasteel door X in eigendom overgedragen aan een projectontwikkelaar, die daarop de appartementsgebouwen heeft gebouwd. Het kasteel zelf behoort sinds 1987 in eigendom toe aan de Monumentenstichting Kasteel Oud-Wassenaar (verweerster in cassatie sub 1). Lees verder >

Het bezitsvereiste en verkrijgende verjaring door een bezitter te kwader trouw

CB 2017-48 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309 (Gemeente Heusden/Verweerders)

(1) Voor het in art. 3:105 BW bedoelde gevolg van voltooiing van de verjaringstermijn van art. 3:314 lid 2 BW is voldoende dat bij de niet-rechthebbende sprake is van bezit dat voldoet aan de door de wet gestelde eisen. Het is niet vereist dat de rechthebbende daadwerkelijk kennis had van de bezitsdaden van de niet-rechthebbende waardoor zijn bezit is tenietgegaan. (2) De bezitter te kwader trouw die door de werking van art. 3:105 BW eigenaar is geworden, kan blootstaan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan hem heeft verloren. Lees verder >

Gebruiksvereiste bij erfvredebreuk

CB 2016-54 Geplaatst op 17 mrt 2016 door

HR 26 februari 2015, ECLI:NL:HR:2016:345 (X c.s. / Staat)

Bij de beoordeling of voldaan is aan het bij erfvredebreuk geldende delictsbestanddeel “bij een ander in gebruik” (zoals opgenomen in art. 138 Sr) komt het erop aan of een ander dan de kraker in feitelijke zin enigerlei bezit of houderschap over het erf uitoefent. Hiervoor gelden niet dezelfde eisen als voor gebruik van een woning, zoals vereist voor huisvredebreuk. Lees verder >

Verjaring nakomingsvorderingen vs. herstelvorderingen

CB 2015-140 Geplaatst op 01 okt 2015 door

HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2194

De verjaringsregeling van art. 3:307 BW is slechts van toepassing op vorderingen tot nakoming van contractuele verbintenissen die in het geheel niet zijn nagekomen. Indien een zodanige verbintenis gedeeltelijk of anderszins gebrekkig is nagekomen, geldt de regeling van art. 3:311 lid 1 BW. Dat geldt ook indien de verschuldigde prestatie deelbaar is.  Lees verder >

Teruggave van een in beslag genomen gestolen zaak en derdenbescherming

CB 2012-148 Geplaatst op 18 jul 2012 door

HR 13 juli 2012, LJN BW4983 (Staat/X)

De eigenaar die het bezit van een hem ontstolen zaak binnen de driejaarstermijn van art. 3:86 lid 3 BW heeft herkregen, kan volstaan een beroep te doen op zijn eigendom als de derde-verkrijger de zaak van hem opvordert, ook als hij dit beroep na het verstrijken van die termijn zou doen. Hij hoeft de zaak dus niet uitdrukkelijk als zijn eigendom op te eisen (in de zin van art. 3:86 lid 3 BW) van de derde-verkrijger te goeder trouw. Wanneer het openbaar ministerie een in beslag genomen gestolen zaak binnen de driejaarstermijn teruggeeft aan de eigenaar, is de Staat niet gehouden de waarde van de zaak te vergoeden aan de beslagene, ook al is sprake van schending van de jegens de hem in acht te nemen voorschriften (van art. 116 Sv). Nu de eigenaar zijn bezit heeft herkregen, heeft de beslagene (derde-verkrijger) immers niet de eigendom verworven, zodat de eigenaar geen schade heeft geleden door de teruggave van de zaak aan de bestolene. Lees verder >