Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 7:226


HR 25 september 2020 ECLI:NL:HR:2020:1499

De regel ‘koop breekt geen huur’, zoals die is vervat in art. 7:226 BW, ziet alleen op gevallen waarin de verhuurder (of diens schuldeiser) de verhuurde zaak of een zelfstandig recht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal op de verhuurde zaak overdraagt. Er bestaat op dit punt geen ruimte voor een extensieve uitleg van art. 7:226 BW. De rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de huurovereenkomst gaan dus niet op grond van art. 7:226 BW over op de verkrijger wanneer het niet de (schuldeiser van de) verhuurder is die de (zelfstandige rechten op de) verhuurde zaak overdraagt. (meer…)

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2560

Artikel 7:226 BW is ook van toepassing op de overdracht van een gedeelte van het verhuurde. Zodanige toepassing kan leiden tot splitsing van de huurovereenkomst. Hoge Raad geeft met het oog daarop een aantal praktische regels. Verantwoordelijkheid voor bewerkstelligen van een eventuele splitsing van de huurovereenkomst ligt bij verhuurder. (meer…)

HR 26 april 2013, LJN BZ0158 (SNS Bank/X c.s.)

Art. 3:264 BW maakt uitzondering op het beginsel “koop breekt geen huur” en geeft de hypotheekhouder het recht om een in de hypotheekakte opgenomen huurbeding ook aan de huurder tegen te werpen. Deze bepaling kan niet naar analogie worden toegepast op een huurbeding in een pandakte (betreffende het lidmaatschapsrecht van een flatcoöperatie), omdat – anders dan in geval van hypotheek – de kenbaarheid van dit huurbeding niet gewaarborgd wordt door verplichte inschrijving in de openbare registers. (meer…)