Alle berichten met de tag: vrij verkeer van kapitaal


Conclusie P-G 3 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1801 (Staat/Essent), ECLI:NL:PHR:2014:1802 (Staat/Eneco), ECLI:NL:PHR:2014:1803 (Staat/Delta)

A-G Keus heeft geconcludeerd tot vernietiging van de arresten in de splitsingszaken. Volgens de A-G kunnen de energiebedrijven zich niet beroepen op het recht op vrij kapitaalverkeer (art. 63 VWEU), omdat zij geen buitenlandse investeerder of netbeheerder zijn. Na cassatie en verwijzing zal de rechter nog wel het beroep van Eneco en Delta op art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM moeten beoordelen. (meer…)

HvJ EU 22 oktober 2013, C105/12, C106/12, C107/12 (Staat / Essent; Eneco; Delta)

Het privatiseringsverbod valt onder art. 345 VWEU; dat leidt echter niet tot onttrekking aan de toepassing van art. 63 VWEU. De onderliggende doelstellingen die de wetgever met zijn keuze voor de regeling van het eigendomsrecht nastreeft kunnen in aanmerking worden genomen als dwingende vereisten van algemeen belang om de beperking van het vrije kapitaalverkeer te rechtvaardigen. Bij de overige verboden (groepsverbod en verbod op nevenactiviteiten) kunnen de doelstellingen om kruissubsidiëring in ruime zin tegen te gaan als dwingende vereisten van algemeen belang de beperkingen van het vrije kapitaalverkeer als gevolg van de nationale bepalingen die aan de orde zijn in het hoofdgeding rechtvaardigen. (meer…)

HR 24 februari 2012, LJN ECLI:NL:HR:2012:BQ9210, ECLI:NL:HR:2012:BQ9212 en ECLI:NL:HR:2012:BQ9214 (Staat / Essent; Eneco; Delta)

Het Besluit aandelen netbeheerders hield een absoluut verbod in tot privatisering van (aandelen in) netbeheerders. De Hoge Raad legt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de vraag voor of dit privatiseringsverbod een regeling van het eigendomsrecht is zoals bedoeld in art. 345 VWEU en zo ja, of als gevolg daarvan de regels over vrij verkeer van kapitaal niet op het groepsverbod van toepassing zijn, althans dat aan een toetsing aan deze regels niet wordt toegekomen. Voor het geval het Hof van Justitie een van deze beide vragen ontkennend beantwoordt, legt de Hoge Raad als derde vraag voor of de doelstellingen van transparantie op de energiemarkt en het voorkomen van concurrentieverstoring door kruissubsidiëring tegen te gaan, aangemerkt kunnen worden als belangen van niet-economische aard.  (meer…)