HR 11 september 2026 ECLI:NL:HR:2026:1437
De rechter moet met de beoordeling van verzoek tot verlening van een zorgmachtiging, nadat er eerder een zorgmachtiging is verleend, uitgaan van de op dat moment actuele toestand van betrokkene. De Hoge Raad oordeelt dat voor de beoordeling of medische verklaring actueel is, de rechter de informatie die de behandelend psychiater ter zitting heeft verstrekt ook mag betrekken. Voor die beoordeling is niet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater vereist.
Deze uitspraak is een vervolg op de uitspraak van de HR van 9 mei 2025, zie CB 2025-85. Na terugverwijzing heeft bij de rechtbank opnieuw een mondelinge behandeling plaatsgevonden. In cassatie klaagt betrokkene dat de medische verklaring op dat moment niet meer actueel was. Daarom had de rechtbank de zorgmachtiging volgens betrokkene niet mogen verlenen. De Hoge Raad verwerpt dit betoog.
De Hoge Raad stelt voorop dat uit het systeem van de Wvggz, in het bijzonder uit art. 5:8 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:17 lid 3 Wvggz en art. 6:4 Wvggz, volgt dat een rechter slechts een zorgmachtiging mag verlenen indien uit een medische verklaring van een psychiater over de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene blijkt dat uit diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis ernstig nadeel voortvloeit. Voor de psychiater die de medische verklaring opstelt, gelden de in art. 5:7 Wvggz genoemde voorwaarden. Die voorwaarden dienen als waarborg voor een onafhankelijke, onpartijdige en behoorlijke besluitvorming over verplichte zorg.
Het voorgaande geldt volgens de Hoge Raad ook indien de rechter, nadat hij eerst een zorgmachtiging heeft verleend voor een kortere duur dan verzocht met aanhouding voor het overige, op een later moment beslist over de resterende duur van de verzochte machtiging. In die situatie dient de rechter na te gaan of de oorspronkelijke medische verklaring nog actueel is als bedoeld in art. 5:8 Wvggz, dat wil zeggen dat zij de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene beschrijft.
De Hoge Raad overweegt verder dat de beantwoording van de vraag of een medische verklaring nog actueel is, moet plaatsvinden op basis van een beoordeling of de situatie van betrokkene sinds de aan de medische verklaring ten grondslag liggende onderzoek in relevante mate is gewijzigd en is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Hoe meer tijd verstreken is tussen het medisch onderzoek van de onafhankelijk psychiater en de beslissing van de rechter, des te hoger de eisen die gesteld worden aan de motivering van het oordeel van de rechter dat de medische verklaring nog actueel is. Bij de hiervoor bedoelde beoordeling of de medische verklaring nog actueel is, mag de rechter ook betrekken de informatie die de behandelend psychiater op de zitting heeft verstrekt. Voor die beoordeling is niet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater vereist.
Volgens de rechtbank heeft de rechtbank het voorgaande niet miskend. Zij heeft aan de hand van het dossier en mede op basis van hetgeen de behandelend psychiater op de zitting van 5 juni 2025 heeft verklaard, beoordeeld of de door de onafhankelijk psychiater opgestelde medische verklaring van 6 december 2023 op 21 juni 2024 nog actueel was. Ze heeft gemotiveerd geoordeeld dat dit het geval was. De klachten falen.
Volgt verwerping van het cassatieberoep. Dat is niet in lijn met de conclusie van A-G, die meende dat de rechtbank na terugverwijzing ervan moest uitgaan dat de medische verklaring niet meer actueel was.