Vergoeding van door derde gemaakte zorgkosten als de derde de zorg kosteloos verleent
Cassatieblog 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:853
Voor de toewijzing van een vordering van een benadeelde tot vergoeding van door een derde verleende zorg is niet noodzakelijk dat de benadeelde tegenover die derde verplicht is tot betaling voor die zorg. Ook is niet noodzakelijk dat de benadeelde de vergoeding aan die derde doorbetaalt. (meer…)
De vrijstelling van procesvertegenwoordiging voor gecertificeerde instellingen
HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1011
De gecertificeerde instelling (GI) is in voogdijzaken vrijgesteld van verplichte procesvertegenwoordiging op grond van art. 1:283 BW. Deze vrijstelling geldt óók als de GI niet de verzoekende partij is, maar een verweerschrift indient, en geldt ook in hoger beroep. Daarnaast geldt als uitgangspunt toewijzing van een verzoek om eenhoofdig gezag van een ouder na beëindiging van het eenhoofdige gezag van de andere ouder, tenzij het belang van de minderjarige zich daartegen verzet. (meer…)
Causaal verband tussen meningsuiting en sanctie; rol academische vrijheid
Hoge Raad 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1140
In deze zaak staat de vraag centraal of sprake is van een causaal verband tussen een meningsuiting (essay) en sanctie (ontbindingsverzoek). Speelt bij de beantwoording van die vraag een rol dat de meningsuiting in het kader van de academische vrijheid is gedaan? (meer…)
Het wegdenken van ontwikkelingen van voor de peildatum
HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:757 (Eisers / de Staat der Nederlanden)
Wanneer omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de peildatum in rechtstreeks verband staan met de op handen zijnde onteigening, kan de redelijkheid meebrengen dat die omstandigheden buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de waarde van het onteigende. Daarvoor is niet steeds vereist dat die ontwikkeling vooruitlopend op de onteigening op verzoek van, met medewerking van of met toestemming van de onteigenaar heeft plaatsgevonden. (meer…)
De wet staat een hybride zitting toe, maar niet in alle gevallen
HR 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:902
1) Als een mondelinge behandeling plaatsvindt, is uitgangspunt dat partijen daarbij daadwerkelijk fysiek verschijnen.
2) De wet staat er echter niet aan in de weg dat een deel van de partijen via videoverbinding aan de zitting deelneemt (een hybride zitting). De wet vereist niet dat alle partijen daarmee instemmen.
3) Wel verdient fysieke aanwezigheid van alle partijen bij de mondelinge behandeling de voorkeur. De rechter moet daarom steeds nagaan of een verzoek om via videoverbinding aan een zitting te mogen deelnemen een legitiem doel dient en of het recht op een eerlijk proces wordt gewaarborgd.
4) In een geval waarin de rechter zich een oordeel moet vormen over de (mentale) toestand van betrokkene, zoals bij een verzoek tot het instellen van bewind of mentorschap, is de fysieke aanwezigheid van betrokkene van bijzonder belang. Daarom is slechts onder bijzondere omstandigheden toelaatbaar dat betrokkene via een videoverbinding deelneemt.
Recente berichten
- Prejudiciële vragen: Vervroeging aanvangsmoment schuldsaneringsregeling bij eerder faillissement
- Dwingende bewijskracht van een akte
- Proces-verbaal enkelvoudige behandeling opgemaakt ná uitspraak meervoudige kamer
- Nieuwe uitzondering op verbod van terugwijzing voor collectieve acties
- Bevoegdheid, ontvankelijkheid en terugwijzing in collectieve actie over rentebenchmarks
- Stelplicht- en bewijslastverdeling: waar is het goud?
- Cassatievlog #171 | Uitzondering op het terugverwijsverbod bij de WAMCA?
- Cassatieblog #170 | Gokkers krijgen geen geld terug
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (342)
- Arbeidsrecht (252)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (48)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (47)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (58)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (63)
- Huurrecht (88)
- Huwelijksvermogensrecht (71)
- Insolventierecht (211)
- Intellectuele-eigendomsrecht (120)
- Internationaal privaatrecht (89)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (26)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (183)
- Pensioenrecht (27)
- Personen- en familierecht (220)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (154)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (907)
- Strafrecht (12)
- Verbintenissenrecht (323)
- Vermogensrecht algemeen (94)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (139)