Dossier: Aansprakelijkheid en schadevergoeding


HR 20 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:428 

(i) Een opdrachtnemer kan bij het uitvoeren van de opdracht ook een zorgplicht hebben tegenover een derde wanneer de belangen van die derde zo nauw betrokken zijn bij de uitvoering van de opdracht dat de derde schade kan lijden als gevolg van een gebrekkige uitvoering door de opdrachtnemer.
(ii) Voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is. Niet vereist is dat aannemelijk is dat enige schade (al) is geleden. (meer…)

HR 20 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:62

De Hoge Raad komt niet terug op het arrest Gemeente Heusden/Erven X. In dat arrest formuleerde hij de regel dat een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, tegenover de eigenaar onrechtmatig handelt en bloot kan staan aan een vordering uit onrechtmatige daad van die voormalige eigenaar als deze zijn eigendom heeft verloren door de werking van art. 3:105 BW. (meer…)

HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1941

Niet onbegrijpelijk oordeel dat bij ontruiming wel zaken van eisers zijn afgevoerd, maar dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat het daarbij ging om zaken die financiële waarde hadden. Het hof heeft daarbij de bewijslast van de schade terecht bij eisers gelegd. Uitgaande van het oordeel dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat zij schade hebben geleden, behoefde het hof niet over te gaan tot het schatten van schade. (meer…)

HR 4 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1579

In dit arrest gaat het om de principiële vraag of de Staat en de Ontvanger gerechtigd zijn om op grond van onrechtmatige daad bij wijze van schadevergoeding een derde aansprakelijk te stellen voor van een belastingplichtige niet geheven belasting, en betaling van die niet geheven belasting te vorderen ingeval op grond van de desbetreffende belastingwet, meer in het bijzonder wegens fiscaalrechtelijke verjaring, aan de belastingplichtige geen aanslag is, en ook niet meer kan worden, opgelegd. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag ontkennend. Op grond van artikel 104 Grondwet worden belastingen geheven uit kracht van een (publiekrechtelijke) wet. Bij gebrek aan een publiekrechtelijke  grondslag is privaatrechtelijk verhaal op derden, door wier onrechtmatig handelen belastinggelden zijn misgelopen, in een dergelijk geval in strijd met dit belastingrechtelijke legaliteitsbeginsel. (meer…)

Cassatieblog HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1697

In dit geschil tussen twee advocaten is de vraag aan de orde of een van de advocaten tijdens de zitting gedane uitlatingen over de andere advocaat moet rectificeren. De bevestigende beantwoording van die vraag door het hof kan volgens de Hoge Raad niet in stand blijven. Het gaat namelijk om uitlatingen in een reeks doorgestuurde berichten van een derde, waarvan de advocaat afstand heeft genomen. In het licht van die omstandigheden is onbegrijpelijk het oordeel van het hof  dat uit het samenstel van alle uitlatingen volgt dat de advocaat de advocaat wederpartij ergens van beschuldigt en dat de uitlatingen aan hem zijn toe te rekenen.  (meer…)

Cassatieblog.nl