Dossier: Verbintenissenrecht


HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:653

De rechter hoeft in het kader van een beroep op verjaring niet steeds na te gaan of de benadeelde beschikt over de kennis of het inzicht om te beoordelen of de geleverde prestatie deugdelijk is. De rechter is slechts tot een dergelijke beoordeling gehouden, wanneer de omstandigheden van het geval en hetgeen partijen op dit punt hebben aangevoerd daartoe aanleiding geven. (meer…)

HR 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:422 en HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:438

Een arbitraal vonnis kan onder meer worden vernietigd als het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht heeft gehouden. De vernietigingsrechter diende in de voorliggende zaak te onderzoeken of het scheidsgerecht bij zijn beslissing over het beroep op art. 1059 Rv (gezag van gewijsde) de correcte maatstaf heeft aangelegd, maar niet op welke wijze en met welk resultaat het dat heeft gedaan. Gedeeltelijke vernietiging is alleen mogelijk als de arbitrale uitspraak verschillende beslissingen bevat die niet onverbrekelijk samenhangen en zich daarom lenen voor afzonderlijke vernietiging, terwijl de rest van de uitspraak een samenhangend geheel blijft. (meer…)

HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:437

Bij (gestelde) verschillen tussen de wettelijke klachtplicht en een contractuele meldingsplicht, moet door de rechter kenbaar worden beslist op zowel het beroep op de wettelijke klachtplicht als het beroep op de contractuele mededelingsplicht.  (meer…)

HR 24 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:313

Cassatieadvocaat Paul Tanja bespreekt in dit vlog waarom het hof niet ambtshalve het Weens Koopverdrag mocht toepassen op de overeenkomst. Daarnaast komt aan bod dat een beroep op dwaling ook mag worden gebaseerd op de voorstelling die een partij heeft van de andere rechten en verplichtingen uit de overeenkomst, zoals een tijdige levering.

Cassatievlog #050 is ook als podcast beschikbaar.

HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:313

Het hof mocht niet ambtshalve het Weens Koopverdrag toepassen op de overeenkomst van partijen, terwijl de rechtbank al had geoordeeld dat Nederlands recht van toepassing was met uitsluiting van dat verdrag. Daarnaast heeft het hof miskend dat een beroep op dwaling niet alleen kan zijn gebaseerd op een verkeerde voorstelling van de eigenschappen van het betrokken goed, maar ook op de voorstelling die een partij heeft van de andere rechten en verplichtingen uit de overeenkomst, zoals een tijdige levering. (meer…)

HR 23 december 2022  ECLI:NL:HR:2022:1940

Het oordeel van het hof dat de grieven aangaande opschorting samenhangen met de grieven aangaande dwaling, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het beroep op opschorting en het beroep op dwaling steunen namelijk op dezelfde feitelijke omstandigheid. (meer…)

Cassatieblog.nl