
Vermelding all-in prijs bij telefoonabonnement inclusief toestel volstaat niet
HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:236 (Lindorff/A)
(1) Art. 7:61 lid 2 BW en 7A:1576 lid 2 BW vereisen dat bij een telefoonabonnement inclusief toestel in de overeenkomst de door de consument te betalen koopprijs voor de mobiele telefoon afzonderlijk wordt bepaald. (2) De rechter dient ambtshalve te beoordelen of aan deze voorwaarde is voldaan, en kan zo nodig ook ambtshalve de overeenkomst vernietigen of oordelen dat deze geen rechtsgevolg heeft. (3) In geval van een nietige of vernietigde overeenkomst mag de consument in beginsel volstaan met teruggave van het toestel in de staat waarin dit zich op het moment van de teruggave bevindt, zonder een gebruiksvergoeding verschuldigd te zijn. Lees meer…
Onrechtmatig door curator geïnde verpande vordering: geen uitzondering De Ranitz q.q./Ontvanger-regel
HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:199 (Rabobank / Verdonk q.q.)
De boedelvordering van de pandhouder wegens schadevergoeding voor onrechtmatig door de curator geïnde verpande vorderingen gaat niet voor op de kosten van executie en vereffening, waaronder begrepen salaris en verschotten van de curator. Lees meer…
De stelplicht van de curator bij de Peeters/Gatzen-vordering
HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:201 (Dekker q.q. / Notarissen)
Indien de faillissementscurator een Peeters/Gatzen-vordering instelt jegens een derde, zal hij voldoende feiten en omstandigheden dienen te stellen die tot de conclusie leiden dat sprake is geweest van een onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde met als gevolg dat die gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Lees meer…
Pandrecht op gesecureerde vordering
HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3619 (ABN AMRO / Marell)
De houder van een openbaar pandrecht op een vordering kan ook de aan deze vordering verbonden zekerheden uitwinnen. Lees meer…
Beletten van de vervulling van een voorwaarde (art. 6:23 BW) niet aan de orde bij externe oorzaken
HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:200 (Eiser/Gemeente Sittard-Geleen)
Voor het beletten van de vervulling van een voorwaarde in de zin van art. 6:23 lid 1 BW is vereist dat de niet-vervulling van de voorwaarde is veroorzaakt door toedoen van de partij die daarbij belang heeft. Indien de niet-vervulling haar oorzaak vindt in andere omstandigheden dan de gedragingen van die partij, is van beletten in de zin van art. 6:23 lid 1 BW geen sprake. Lees meer…
Enkele niet-ontvankelijkverklaring werknemer bij vordering loondoorbetaling bij ziekte onvoldoende voor proceskostenveroordeling ex art. 7:629a BW
HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:198 (werkneemster / Medline Harderberg)
De werknemer kan ter zake van een vordering tot doorbetaling van loon bij ziekte (art. 7:629 lid 1 BW) slechts in de kosten van de werkgever als bedoeld in art. 237 Rv worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (art. 7:629a lid 6 BW). ´s Hofs oordeel – dat erop neer komt dat werkneemster is aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij – is onvoldoende voor het aannemen van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Lees meer…
De invloed van schulden op draagkracht in relatie tot de waarheidsplicht van art. 21 Rv
HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:154
Indien de onderhoudsplichtige in het kader van zijn verzoek om nihilstelling van de alimentatie niet voldoet aan de verplichting van art. 21 Rv, staat het de rechter vrij daaraan de gevolgtrekkingen te verbinden die hij geraden acht. Dat op de draagkracht van een onderhoudsplichtige in beginsel alle schulden van de onderhoudsplichtige van invloed zijn, doet hieraan niet af. Lees meer…
Hangmat-arrest geldt niet voor aansprakelijkheid voor dieren
HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162 (X / Y en Delta Lloyd Schadeverzekeringen)
Antwoord op prejudiciële vragen. De regel uit het Hangmat-arrest geldt niet in de onderlinge verhouding tussen medebezitters van een dier (art. 6:179 BW), noch in de onderlinge verhouding tussen bedrijfsmatige medegebruikers van het dier (art. 6:181 BW). De benadeelde medebezitter resp. medegebruiker kan zich dus niet – ook niet voor een deel van de schade – uit hoofde van deze kwalitatieve aansprakelijkheidsgrondslagen tot zijn medebezitter(s) resp. medegebruiker(s) wenden. Lees meer…
Verplichting tot afleggen rekening en verantwoording gaat niet over op erfgenaam executeur
HR 22 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:99
Geen rechtsregel brengt mee dat de verplichting van de executeur tot het afleggen van rekening en verantwoording bij het einde van zijn beheer na het overlijden van de executeur overgaat op diens erfgenamen. Mededelingsplicht erfgenamen art. 4:149 lid 4, slotzin, BW. Lees meer…
Peildatum onmogelijk te vervullen voorwaarde of last ex art. 4:45 lid 1 BW
HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:46
De vraag, of een uiterste wilsbeschikking een voorwaarde of last bevat die onmogelijk is te vervullen, zodat deze voor niet geschreven wordt gehouden – zie art. 4:45 lid 1 BW – dient te worden beoordeeld naar het tijdstip van het overlijden van erflater. Lees meer…