

Cassatievlog #014 | Opzegging huurovereenkomst van bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik
Hoge Raad 1 april 2022 (X / Amsterdam-Inn B.V.), ECLI:NL:HR:2022:494
Deze zaak gaat over een verhuurder die zijn pand in Amsterdam uit de verhuur wil halen om er zelf een hotel te beginnen. Daarmee kan hij namelijk meer geld verdienen dan met de verhuur. Er is één probleem: er zit al een huurder in het pand. Die huurder gebruikt het pand ook voor een hotel en is niet van plan te vertrekken. Paul Tanja behandelt deze zaak in 3 minuten aan de hand van een uitspraak van de Hoge Raad.
Cassatievlog #014 is ook als podcast beschikbaar.

Vermoedelijke biologische vader in beginsel verplicht om mee te werken aan een DNA-onderzoek
HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:349
De Hoge Raad oordeelt dat het fundamentele recht van het kind op het verkrijgen van informatie over de eigen biologische afstamming prevaleert boven de fundamentele rechten van de vermoedelijke biologische vader. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden kan daarvan worden afgeweken.
Lees meer…

Cassatievlog #013 | Voorlopig getuigenverhoor en collectieve actie
HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347 (Stichting Music#MeToo / Warner Music Benelux B.V)
Moet een belangenvereniging die een collectieve actie wil instellen voor een voorlopig getuigenverhoor ook aan de eisen van art. 3:305a BW voldoen? En is het oude of het nieuwe art. 3:305a BW van toepassing? Martijn Scheltema licht dit in 3 minuten toe aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad.
Cassatievlog #013 is ook als podcast beschikbaar.

Gewone verblijfplaats in de zin van art. 8 lid 1 Brussel II-bis
HR 25 maart 2022 ECLI:NL:HR:2022:440
Het geheel van feitelijke omstandigheden laat geen andere conclusie toe dan dat sprake is van een zekere integratie van de minderjarige in een sociale en familiale omgeving in Nederland, en daarmee dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in de zin van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift door de Raad in Nederland was gelegen. Lees meer…

De avondklok en de separate inwerkingstelling van de Wbbbg
HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:380
De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag bood een toereikende grondslag voor de avondklok die begin 2021 werd ingevoerd om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De toestand waarin de fysieke veiligheid van de bevolking wordt bedreigd door een virus kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid die inzet van de Wbbbg mogelijk maakt. De wetgever heeft bewust geen gedetailleerde inhoudelijke omschrijving opgenomen van het begrip ‘buitengewone omstandigheid’, maar voorzien in procedurele waarborgen. Voor de inzet van de Wbbbg is niet vereist dat de betreffende maatregel niet door middel van een spoedwet kan worden getroffen. Lees meer…

Bankgarantie geen vervangende zekerheid als bedoeld in 5%-regeling nieuwbouwkopers
HR 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1804
Art. 7:768 lid 3 BW jo. art. 6:51 lid 2 BW moet zo worden uitgelegd dat alleen sprake is van vervangende zekerheid indien de aangeboden zekerheid gelijkwaardig is aan het depot. Als de zekerheid bestaat in een bankgarantie, betekent dit dat de bankgarantie in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden inroepbaar moet zijn als het depot. Lees meer…

Cassatievlog #012 | Avondklok had toereikende wettelijke basis
Hoge Raad 18 maart 2022 (Stichting Viruswaarheid.nl / de Staat der Nederlanden), ECLI:NL:HR:2022:380
In deze zaak heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de rechtmatigheid van de avondklok. Volgens de Hoge Raad bood de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijke gezag een toereikende basis voor de invoering daarvan. De bevoegdheden uit die wet konden in dit geval worden ingezet voor de bestrijding van het coronavirus.
Cassatievlog #012 is ook als podcast beschikbaar.

Wvggz; ook klachtprocedure bij verplichte zorg zonder titel
HR 18 maart 2022 ECLI:NL:HR:2022:394
Als zonder titel verplichte zorg wordt verleend kan op de voet van art. 10:3 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie en kan tevens worden verzocht om schadevergoeding door de zorgaanbieder. Lees meer…

Prejudiciële vragen: Algemene Verordening Gegevensbescherming en grondslag voor verwerking persoonsgegevens BKR
HR 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1814
De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de Algemene Verordering Gegevensbescherming (AVG).De grondslag voor verwerking persoonsgegevens in het kredietregistratiestelsel van het BKR ligt in art. 6, eerste lid, onderdeel f, AVG (ter behartiging van gerechtvaardigde belangen van de verwerker) en niet in art. 6, eerste lid, onderdeel e, AVG (voldoen aan wettelijke plicht). Lees meer…

Voorlopig getuigenverhoor in collectieve acties: enkel wanneer voldoende aannemelijk is dat is voldaan aan art. 3:305a BW
HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347 (Stichting Music#MeToo / Warner Music Benelux B.V.)
Wanneer de voorgenomen vordering een collectieve actie is als bedoeld in art. 3:305a BW, kan het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor worden afgewezen wegens onvoldoende belang als onvoldoende aannemelijk is dat de verzoeker voldoet aan de vereisten van art. 3:305a BW. Lees meer…