Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

dwingend recht

Geen verplichting tot ambtshalve toepassing art. 1:125 lid 2 Wft (Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen)

CB 2018-99 Geplaatst op 07 jun 2018 door

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/verweerder)

Hoewel met de bepaling van art. 1:125 lid 2 Wft zwaarwegende belangen worden gediend, is zij niet van openbare orde omdat zij niet strekt ter bescherming van algemene belangen van zo fundamentele aard dat zij (ongeacht het partijdebat of de bijzondere omstandigheden van het geval) altijd door de rechter moeten worden toegepast.  Lees verder >

Vaststellingsovereenkomst in strijd met dwingend recht: alleen ter beëindiging van bestaande onzekerheid of geschil

CB 2017-9 Geplaatst op 19 jan 2017 door

taxiHR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19 (Blue Taxi/Stichting Sociaal Fonds Taxi)

Een vaststellingsovereenkomst is ook geldig als zij in strijd blijkt met dwingend recht. De vaststelling moet dan wel strekken ter beëindiging van een bestaande onzekerheid of een bestaand geschil. Als partijen met hun vaststellingsovereenkomst het dwingende karakter van dwingend recht willen ondermijnen, kunnen de vaststelling en de vaststellingsovereenkomst ongeldig respectievelijk nietig zijn wegens strijd met de goede zeden of openbare orde. Lees verder >

Ketenregeling kan niet worden omzeild door op voorhand vaststellingsovereenkomst te sluiten

CB 2015-5 Geplaatst op 13 jan 2015 door

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:39

Op grond van art. 7:900 lid 1 BW kan rechtsgeldig een vaststellingsovereenkomst worden gesloten ter voorkoming van een toekomstig geschil. Art. 7:902 BW brengt echter mee dat de vaststelling alleen in strijd mag komen met dwingend recht indien deze strekt ter beëindiging van een reeds bestaand geschil. Anders zou het mogelijk zijn om bij vaststellingsovereenkomst de werking van (semi-)dwingend recht – in casu de ‘ketenregeling’ van art. 7:668a BW – op voorhand uit te sluiten, en daarmee het (semi-)dwingende karakter daarvan op ontoelaatbare wijze te ondermijnen. Lees verder >