Selecteer een pagina

Dossier: Aansprakelijkheid en schadevergoeding


HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:57

Het oordeel van het hof dat eiseres zou deelnemen aan de zeilreis en als wederdienst een promotiefilm zou maken, is niet onbegrijpelijk, ook niet indien het ongeval eiseres overkwam bij het maken van de promotiefilm. (meer…)

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:97

Het hof heeft op basis van een aantal omstandigheden geconcludeerd dat de exoneratie in art. 17.4 AV niet onredelijk bezwarend is. Deze oordelen van het hof geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn evenmin onvoldoende gemotiveerd. (meer…)

HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:53

In gevallen waarin een advocaat heeft verzuimd tijdig hoger beroep in te stellen, moet de schade vastgesteld worden door (i) te beoordelen hoe beslist had behoren te worden als (tijdig) hoger beroep was ingesteld. Als dat niet mogelijk is, moet de schade (ii) geschat worden aan de hand van de goede en kwade kansen die de cliënt in het hoger beroep zou hebben gehad.

Bij (i) de beoordeling hoe beslist had behoren te worden als (tijdig) hoger beroep was ingesteld, moet worden uitgegaan van de in die appelprocedure geldende rechtsregels, waaronder de regels met betrekking tot bewijslevering. (meer…)

Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1237

Enkele agrarische ondernemers hebben schadevergoeding van de bank gevorderd, omdat zij hen bij het aangaan van een kredietovereenkomst niet heeft geïnformeerd over de mogelijke invoering van het fosfaatrechtenstelsel. Zijn banken op grond van hun bijzondere zorgplicht gehouden om hun kennis over zulke mogelijke ontwikkelingen met hun cliënten te delen, voordat een kredietovereenkomst wordt gesloten? Deze en andere vragen beantwoordt de Hoge Raad in dit arrest, dat Hidde Volberda in drie minuten bespreekt.

Cassatievlog #140 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog 6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:853

Voor de toewijzing van een vordering van een benadeelde tot vergoeding van door een derde verleende zorg is niet noodzakelijk dat de benadeelde tegenover die derde verplicht is tot betaling voor die zorg. Ook is niet noodzakelijk dat de benadeelde de vergoeding aan die derde doorbetaalt. (meer…)

HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:946 (Deutsche Lufthansa A.G. e.a./Stichting Cartel Compensation en Deutsche Lufthansa A.G./Equilib) en
HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:945 (Uzdaroji Akcine Bendrove Palink e.a./CNH Industrial N.V. e.a.)

  1. Als sprake is geweest van een enkele en voortdurende inbreuk op het Europese kartelverbod, dan is de vraag of het doeltreffendheidsbeginsel meebrengt dat hieruit – ter bepaling van het toepasselijke recht – voor elke benadeelde één schadevordering voortvloeit. 2. De Wet conflictenrecht onrechtmatige daad staat geen eenzijdige rechtskeuze voor de lex fori toe. 3. Niet duidelijk is of Verordening Rome II geheel of gedeeltelijk van toepassing is op schadevorderingen die voortvloeien uit een inbreuk die deels voor en deels na inwerkingtreding van deze verordening heeft plaatsgevonden. 4. Als een inbreuk zich uitstrekte over meerdere landen, dan is de vraag of het land waarvan de markt (waarschijnlijk) wordt beïnvloed in de zin van art. 6 lid 3 onder a Verordening Rome II het land is waar de benadeelde onderneming de betreffende goederen heeft gekocht, dan wel (als dat meerdere landen zijn) het land waar zij is gevestigd. 5. Het is de vraag of voor het uitbrengen van een eenzijdige rechtskeuze als bedoeld in art. 6 lid 3 onder b Verordening Rome II naast de in die bepaling genoemde voorwaarden ook de voorwaarde geldt dat de benadeelde zelf in meerdere landen schade heeft geleden. De Hoge Raad stelt over prejudiciële vragen aan het HvJEU over al deze vraagpunten, behoudens de beslissing ten aanzien van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad.

(meer…)

Cassatieblog.nl