Dossier: Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES)


HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:269, 272, 280 en 284

1. Art. 270 lid 5 Rv (van Aruba, Sint Maarten, Curaçao of de BES-eilanden) kan niet worden aangemerkt als een wettelijke grondslag die op voldoende voorzienbare wijze de sanctie van verval van het hoger beroep verbindt aan niet-tijdige betaling van nageheven griffierecht.
2. Als het hof, ondanks de niet-tijdige betaling van het griffierecht en het daaruit voortvloeiende verval van het hoger beroep, toch gelegenheid aan de desbetreffende procespartij heeft gegeven voor een verdere inhoudelijke proceshandeling, zoals het indienen van een processtuk of het houden van een pleidooi, mag die procespartij in beginsel erop vertrouwen dat het hoger beroep aanhangig is en dat de door het hof toegelaten proceshandeling niet nodeloos zal blijken te zijn. (meer…)

HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2824

(1) Van een balkon of soortgelijk werk in de zin van art. 5:50 BWC (gelijkluidend aan art. 5:50 lid 1 BW) is sprake indien het gaat om een constructie die vanaf enige hoogte boven de grond een uitzicht op het naburige erf geeft. Welke hoogte voldoende is om een constructie aan te merken als een zodanig balkon of soortgelijk werk hangt af van de omstandigheden van het geval. (2) De nabuur kan zich niet tegen de aanwezigheid van een balkon of soortgelijk werk verzetten indien het uitzicht niet verder reikt dan tot een binnen twee meter van het werk zich bevindende muur. (meer…)

HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2093

Als de appelrechter naar een uitspraak in een andere, samenhangende, procedure verwijst, maar zijn uitspraak daarmee onverenigbaar is, kan dit een motiveringsgebrek zijn waardoor de uitspraak in cassatie vernietigbaar is. (meer…)

HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285 (Resort of the World/Maple Leaf)

(1) In geval van onrechtmatige crediteursbenadeling is de te vergoeden schade niet zonder meer gelijk aan de vordering waarvan men het verhaal wilde verijdelen. In een dergelijk geval is vereenzelviging een vorm van redres die te ver gaat. (2) Voor toerekening van onrechtmatig handelen of nalaten van functionarissen aan rechtspersonen op grond van de Babbel-maatstaf is de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend. (meer…)

HR 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:542 (Duck /verweerder)

De betekening van het vonnis aan de wederpartij ter inleiding van de executie is in beginsel voldoende om aan te nemen dat sprake is van dreiging met executie. Door die betekening geeft de executant immers te kennen nakoming van het vonnis te verlangen. (meer…)

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:38 (Eiser/ACU)

Curaçaose zaak. De uitzondering die de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (LBA) ten aanzien van directeuren van een vennootschap of doelvermogen maakt op het vereiste van een ontslagvergunning heeft alleen betrekking op personen die tot bestuurder van een vennootschap of een doelvermogen zijn benoemd. Het strookt met de aan de LBA ten grondslag liggende beschermingsgedachte dat personen die wel de titel ‘directeur’ dragen, maar niet op de hiervoor genoemde wijze tot bestuurder zijn benoemd (en dus bestuursbevoegdheid en –verantwoordelijkheid dragen), niet onder deze uitzondering op het vergunningvereiste vallen. (meer…)