Selecteer een pagina

Dossier: Internationaal privaatrecht


HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1077 (NRSL/Kompas)

(1) De Nederlandse rechter is steeds bevoegd om kennis te nemen van een verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een in het buitenland verkregen arbitraal vonnis. Dit oordeel behoeft (dus) geen motivering. (2) Verjaring of verval van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis in het land waarin dat vonnis gewezen is, is geen grond voor weigering ex art. 1076 Rv en brengt niet mee dat erkenning of tenuitvoerlegging daarvan strijdig is met de openbare orde. (meer…)

HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:310 (Oracle/Westinvest)

De Hoge Raad geeft een overzicht van de mogelijkheden tot “kantoorbetekening” (art. 63 Rv) in gevallen waarin de Betekeningsverordening dan wel het Haags Betekeningsverdrag van toepassing zijn, en de daarbij in acht te nemen dagvaardingstermijn (art. 115 Rv). (meer…)

HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:36 (Universal Music International Holding/verweerders)

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over het begrip “plaats waar het schadetoebrengende feit zich heeft voorgedaan” (art. 5 lid 3 EEX-Vo) in het geval waarin in het “Erfolgsort” (plaats waar schade intreedt) uitsluitend vermogensschade is geleden en die schade het rechtstreekse gevolg is van onrechtmatig handelen in het “Handlungsort” (plaats van schadetoebrengende handeling).  (meer…)

HR 31 oktober 2014,  ECLI:NL:HR:2014:3070

De vraag of de Nederlandse rechter internationale bevoegdheid toekomt om in geval van een buiten de EU wonend Nederlands kind vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een Nederlands paspoort ten behoeve van dit kind, dient te worden beantwoord aan de hand van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. (meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2816

(1) Het begrip ‘burgerlijke of handelszaken’ van art. 1 EEX-Vo omvat mede een civielrechtelijke veroordeling in een strafrechtelijk vonnis van een gerecht van een lidstaat. (2) De rechtsmiddelprocedure van art. 43 EEX-Vo kan door een enkelvoudige kamer van de rechtbank worden behandeld. (3) Op de rechtsmiddelprocedure zijn de algemene regels voor verzoekschriftprocedures van toepassing, voor zover uit de EEX-Vo of de wet niet anders voortvloeit. Daarom is procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht en kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken. (4) De in art. 281 Rv voorziene herstelmogelijkheid is van overeenkomstige toepassing op het verzuim dat het verweerschrift ten onrechte niet door een advocaat is ondertekend en ingediend. (meer…)

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838

Wordt met een beroep op art. 431 lid 2 Rv het geding dat tot een buitenlandse (niet voor executie in Nederland vatbare) rechterlijke beslissing heeft geleid, opnieuw bij de Nederlandse rechter gevoerd, dan dient de Nederlandse rechter te beoordelen of en in hoeverre hij aan die beslissing gezag toekent. Toewijzing van een op art. 431 lid 2 Rv gegronde vordering kan afstuiten op het ontbreken van formele uitvoerbaarheid van de beslissing in het land van herkomst. Dat (zoals in casu) de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging in het land van herkomst is vervallen, staat niet aan erkenning op de voet van art. 431 lid 2 Rv in de weg.  (meer…)

Cassatieblog.nl