Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 3:305a


Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1198 en ECLI:NL:HR:2026:1197

 De Hoge Raad aanvaardt een uitzondering op het terugverwijsverbod voor collectieve acties. Waar een hof na vernietiging een zaak normaliter zelf moet afdoen, oordeelt de Hoge Raad dat dit niet past binnen het tweefasenstelsel van de WAMCA. Wanneer een rechtbank een belangenorganisatie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, mag het hof de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Ook na cassatie. Omwille van de praktijk geldt deze uitzondering bovendien voor collectieve acties op de voet van art. 3:305a (oud) BW. (meer…)

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94

Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. (meer…)

HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1534

De partij die zich als belangenorganisatie wenst te voegen aan de zijde van de oorspronkelijke gedaagde in een procedure op de voet van art. 3:305a BW hoeft daarvoor niet te voldoen aan alle eisen die dat wetsartikel stelt.
Wel kleurt art. 3:305a BW het op grond van art. 217 Rv vereiste belang bij voeging. (meer…)

HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:388

(i) Van dezelfde gebeurtenis(sen) en gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen (art. 1018d lid 1 Rv) kan ook sprake zijn bij een collectieve vordering die deels tegen andere rechtspersonen is gericht of wordt ingesteld ten behoeve van een (gedeeltelijk) andere achterban dan de eerdere collectieve vordering.

(ii) De termijnverlenging in art. 1018d lid 2 Rv geldt alleen voor de rechtspersoon die om die verlenging heeft verzocht en heeft dus geen algemene werking.

(iii) Een mede-eiser die zich wat betreft de ontvankelijkheid van eiser schaart bij de wederpartij is geen wederpartij wat betreft de kostenveroordeling.

(meer…)

HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:321

(i) De Staat is niet verplicht om anticonceptie kosteloos te maken voor vrouwen ouder dan 18 jaar.

(ii) De gegevens die bij een collectieve actie ex art. 3:305a BW op grond van art. 1018c Rv in de dagvaarding moeten worden opgenomen, hoeven niet ook te worden opgenomen in de appeldagvaarding of de procesinleiding in cassatie. Ook hoeven deze processtukken niet te worden aangetekend in het centraal register.

(meer…)

Cassatieblog.nl