Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: dwaling


HR 13 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1429

Soms komen zaken meer dan één keer bij de Hoge Raad. Zoals deze zaak, over de begroting van dwalingsnadeel bij een aandelenoverdracht. De koper had gedwaald over de omvang van het klantenbestand: de verkopers hadden niet gemeld dat een deel van de klanten had opgezegd. Voor de tweede keer heeft de Hoge Raad in deze procedure de vaststelling van het dwalingsnadeel vernietigd.

(meer…)

HR 24 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:313

Cassatieadvocaat Paul Tanja bespreekt in dit vlog waarom het hof niet ambtshalve het Weens Koopverdrag mocht toepassen op de overeenkomst. Daarnaast komt aan bod dat een beroep op dwaling ook mag worden gebaseerd op de voorstelling die een partij heeft van de andere rechten en verplichtingen uit de overeenkomst, zoals een tijdige levering.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #050 is ook als podcast beschikbaar.

HR 23 december 2022  ECLI:NL:HR:2022:1940

Het oordeel van het hof dat de grieven aangaande opschorting samenhangen met de grieven aangaande dwaling, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het beroep op opschorting en het beroep op dwaling steunen namelijk op dezelfde feitelijke omstandigheid. (meer…)

HR 16 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1870

De mededelingsplicht van de verkoper prevaleert boven de eventuele onderzoeksplicht van de koper. Verder staat een geringe omvang van gebreken aan een goed op zichzelf niet in de weg aan non-conformiteit, evenmin als de omstandigheid dat de gebreken zijn verholpen. (meer…)

HR 19 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:274

De aanvang van de mediation in een grensoverschrijdend geschil kan op één lijn worden gesteld met de stuitingshandelingen genoemd in art. 3:316 BW. De verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling kan dan ook op de voet van art. 3:317 lid 2 BW worden gestuit door binnen zes maanden na een schriftelijke aanmaning de mediation aan te vangen.

Een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling moet worden ingesteld tegen alle partijen bij de rechtshandeling. De rechter die vaststelt dat dit niet is gebeurd, dient gelegenheid te geven om de niet opgeroepen partij alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv. Een dergelijke oproeping is ook nog mogelijk in het hoger beroep, de cassatie of de procedure na verwijzing en cassatie. (meer…)

Cassatieblog.nl