Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Rv art. 261

Cassatietermijn 8 dagen bij beschikking kantonrechter op verzet ex artikel 4:218 lid 3 BW

CB 2019-10 Geplaatst op 10 jan 2019 door

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2393

Er staat geen hoger beroep open tegen een beschikking van de kantonrechter op een verzet tegen een uitdelingslijst van een nalatenschap (ex artikel 4:218 lid 3 BW). Op grond van artikel 4:218 lid 5 BW juncto artikel 187 lid 1 Fw moet er binnen 8 dagen cassatieberoep tegen een dergelijke beschikking worden ingesteld. Het feit dat in artikel 4:218 lid 5 BW is opgenomen dat de in de Faillissementswet opgenomen voorschriften “zoveel mogelijk” van overeenkomstige toepassing zijn, doet daar niet aan af. Lees verder >

Begrotingsprocedure tussen advocaat en cliënt ex art. 38 lid 4 Wrb is (nog steeds) verzoekschriftprocedure

CB 2016-135 Geplaatst op 03 aug 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1514

Antwoord op prejudiciële vraag. Art. 38 lid 4 Wet op de rechtsbijstand (hierna: Wrb) moet – ondanks het ontbreken van een expliciete verwijzing naar de bevelschriftprocedure – ook ná de intrekking van de Wet tarieven in burgerlijke zaken per 1 januari 2015 – zo worden uitgelegd dat rechtsbijstandsverleners de president van de rechtbank kunnen verzoeken een bevelschrift af te geven. De vaststelling van de eigen bijdrage en eigen kosten geschiedt in een verzoekschriftprocedure ex art. 261 e.v. Rv. Dit bevelschrift is een in executoriale vorm uitgegeven beschikking ex art. 430 Rv. Lees verder >

Vader is geen belanghebbende bij vaststelling nationaliteit kind

CB 2012-110 Geplaatst op 29 mei 2012 door

HR 25 mei 2012, LJN BV9961

De vaststelling van het Nederlanderschap van een uit een huwelijk geboren kind treft de vader niet zodanig in een eigen belang dat hij in de procedure tot vaststelling van het Nederlanderschap van het kind, ter bescherming van dat belang behoort te mogen opkomen. De vader is in deze procedure dus geen belanghebbende in de zin van art. 261 e.v. Rv. Lees verder >