Dossier: Insolventierecht


HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:524 (X/Stichting Bedrijfstakpensioenfonds over de weg en Stichting Opleidings- en ontwikkelingsfonds beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen)

Nu een verstekvonnis wordt gewezen zonder dat de gedaagde is gehoord, kan in het kader van de toetsing of summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de aanvrager van een faillissement (art. 6 lid 3 Fw) de juistheid van dat verstekvonnis niet zonder meer uitgangspunt zijn indien daartegen verzet is ingesteld of nog kan worden ingesteld. Dat geldt met name indien de veroordeelde gemotiveerd stelt dat en waarom het vonnis in de verzetprocedure geen stand zal houden in verband met feiten en omstandigheden waarmee in dat vonnis geen rekening is gehouden, omdat deze niet ter kennis van de rechter waren gebracht. (meer…)

HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:319 (mr. Feenstra q.q./ING Bank)

Art. 54 Fw staat er niet aan in de weg dat een pandhouder (bank) die met de pandgever een afwijkende executoriale wijze van verkoop in de zin van art. 3:251 lid 2 BW is overeengekomen, de op een bij haar aangehouden rekening-courant van de pandgever bijgeschreven executieopbrengst “verrekent” met (een deel van) de schuld die de pandgever aan haar heeft, ook niet indien de pandhouder niet te goeder trouw is in de zin van art. 54 Fw. (meer…)

HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:336 (X / Slough Estate Mainland B.V.)

Nu het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot faillietverklaring tijdig was ingetrokken, van welke intrekking het hof kennis had behoren te nemen, was geen plaats voor een faillietverklaring. De wet biedt geen grond voor een veroordeling van de Staat in de proceskosten, nu de Staat niet in de procedure is betrokken. (meer…)

HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:153 (Sansto c.s./mr. Reiziger q.q.)

(1) De bewijslast ten aanzien van de vraag of sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur en of dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest, rust ingevolge art. 150 Rv op de curator. (2) Voor aansprakelijkheid op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur is onvoldoende dat dit een voorwaarde is geweest voor het faillissement. 3. Een beroep in rechte op een vernietigingsgrond als geregeld in art. 3:51 lid 3 BW, is vormloos. (meer…)

HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:98 (X / Unitco B.V.)

Voor het in hoger beroep handhaven van een faillissement is vereist dat ook ten tijde van de appelprocedure het bestaan van steunvorderingen summierlijk is gebleken. De opvatting dat deze pluraliteit van schuldeisers in een uitgesproken faillissement moet worden aangenomen, tenzij het tegendeel aannemelijk is gemaakt, is dus onjuist. Het (laten) betalen van steunvorderingen in een faillissementssituatie is niet zonder meer ontoelaatbaar en levert geen doorbreking op van de paritas creditorum. (meer…)

HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:161 (Verzoeker/Mr. Ruding q.q.)

Het uitoefenen van dwang door een faillissementsgijzeling die erop is gericht de gefailleerde ertoe te bewegen te voldoen aan zijn inlichtingenplicht in de zin van art. 105 Fw levert geen strijd met art. 6 EVRM op. Dergelijke inlichtingen dienen echter als wilsafhankelijk bewijsmateriaal te worden aangemerkt. Indien niet kan worden uitgesloten dat zij tevens in verband met een “criminal charge” tegen de gegijzelde zullen worden gebruikt, zullen de nationale autoriteiten dienen te waarborgen dat deze zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. (meer…)

Cassatieblog.nl