

Matiging van een boetebeding
HR 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:207 (Turan/Easystaff)
Hoewel de in art. 6:94 BW opgenomen maatstaf voor matiging tot terughoudendheid noopt, kan de rechter onder bepaalde omstandigheden slechts een fractie van de boete toewijzen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist en als de toepassing van dat boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De toets of een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, is een met feitelijke waarderingen verweven oordeel en kan daarom in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Lees meer…

Herstel van verzuim van niet door advocaat getekend beroepschrift
HR 15 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:219
Als een beroepschrift niet is ondertekend door een advocaat, kan dit gebrek binnen door de rechter te bepalen termijn worden hersteld door hetzelfde beroepschrift getekend door een advocaat nogmaals in te dienen. Lees meer…

Maatstaf beoordeling ontslaggrond disfunctioneren en eisen aan bewijslevering
HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182
(i) op het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn de wettelijke bewijsregels van toepassing. De werkgever heeft beoordelingsruimte bij de vraag of sprake is van disfunctioneren (ex art. 7:669 lid 3 sub d BW). De rechter moet onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die (zo nodig na bewijslevering) zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van de aangevoerde ontslaggrond.
(ii) art. 7:683 lid 5 verklaart art. 7:671b lid 8 BW (enkel) van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toekenning van een vergoeding. De appelrechter is (dan ook) vrij in het bepalen van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, mits dat tijdstip in de toekomst ligt. Lees meer…

Omvang van het cassatieberoep bij niet vermelden zaaknummer
HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:221
(Promneftstroy c.s. / verweerders)
Bij de beantwoording van de vraag tegen welke uitspraak een rechtsmiddel wordt ingesteld, komt het aan op hetgeen een verweerder dienaangaande redelijkerwijs heeft moeten begrijpen. In het onderhavige geval kan redelijkerwijs geen onzekerheid hebben bestaan over de omvang van het cassatieberoep. Lees meer…

WSNP: schending van een schuldsaneringsverplichting is niet zonder meer toerekenbaar aan de schuldenaar door nalatigheid bewindvoerder
HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:145
Dit arrest is een vervolg op HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:110 waarin is beslist dat tekortkomingen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen niet zonder meer aan de schuldenaar kunnen worden toegerekend indien een bewindvoerder zijn verplichting niet is nagekomen. Het verwijzingshof heeft beslist dat de bewindvoerder zijn verplichting wel is nagekomen. De Hoge Raad acht dit oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd en verwijst het geding (opnieuw) naar een ander hof. Lees meer…

‘Contractwisseling’ in de zin van art. 38 CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf?
HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:180
Aan de omstandigheid dat art. 38 van de CAO in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf ertoe strekt de betrokken werknemers te beschermen tegen de gevolgen van een heraanbesteding voor hun werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden kan niet de gevolgtrekking worden verbonden dat een biedingsprocedure geïnstigeerd door een curator (en niet door de oorspronkelijke werkgever), onder het toepassingsbereik van art. 38 CAO valt, zonder dat daarvoor in de tekst of toelichting bij art. 38 CAO steun is te vinden. Lees meer…

Wet Bopz: opnieuw motiveringsplicht van afwijzing verzoek om nader deskundigenonderzoek
HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:181
Gelet op de ingrijpende aard van de beslissing tot vrijheidsbeneming mag een verzoek om nader deskundigenonderzoek slechts gemotiveerd worden afgewezen. Lees meer…

Wet Bopz: geen afstand van het recht op rechtsbijstand bij mondelinge behandeling rechterlijke machtiging
HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:146
In zaken waar het gaat om onvrijwillige opname in een psychiatrisch ziekenhuis mag afstand van het recht op rechtsbijstand niet te snel worden aangenomen. In deze Bopz-zaak heeft de rechtbank ten onrechte een voorlopige machtiging verleend nadat de zaak buiten aanwezigheid van de advocaat mondeling was behandeld. Lees meer…

Uitleg kettingbeding in leveringsaktes
HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:148
Voor de uitleg van een kettingbeding tussen partijen waarbij het kettingbeding in de overeenkomst is opgenomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van hun overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn (de Haviltex-maatstaf). Voor successieve opvolgers van één van de partijen dient dezelfde maatstaf te worden gehanteerd. Dit verschilt wezenlijk van de situatie waarbij een kettingbeding wordt uitgelegd in de verhouding met derden, daar wordt de geobjectiveerde partijbedoeling als maatstaf gehanteerd. Lees meer…

Curatele; anticiperende toepassing Haags verdrag bescherming volwassenen
HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:147
Gelet op het (grotendeels) ontbreken van een regeling in het commune internationaal privaatrecht en mededelingen van de zijde van de regering over het uitblijven van ratificatie van het Haags verdrag inzake internationale bescherming van volwassenen (HVV), moet worden aanvaard dat in voorkomend geval ruimte bestaat voor anticiperende toepassing van bepalingen uit het HVV. Om dezelfde reden bestaat er geen bezwaar de regels van het HVV toe te passen in geval van een rechterlijke beslissing uit een land dat geen partij is bij het verdrag (Spanje). Lees meer…