

Arubaans procesrecht: miskenning grenzen van de rechtsstrijd en ontoelaatbare verrassingsbeslissing
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:212 (X c.s./Arubags & More N.V.)
Naar Arubaans appelprocesrecht is de appelrechter bevoegd ambtshalve tot vernietiging van de bestreden uitspraak over te gaan, buiten de (eventueel aangevoerde) grieven om (vgl. art. 281a en art. 429q lid 6 RvA). Bij de uitoefening van deze bevoegdheid mag de appelrechter evenwel niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd treden. Hij mag evenmin handelen in strijd met het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor en partijen niet verrassen met een beslissing, waarmee zij, gelet op het processuele debat, geen rekening behoefden te houden. Lees meer…

Wijziging van alimentatie na eerder veronderstellenderwijs aangenomen draagkracht
HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:220
Voor wijziging van alimentatie op de voet van art. 1:401 lid 1 BW moet sprake zijn van een relevante wijziging van omstandigheden ten opzichte van de door de alimentatierechter vastgestelde omstandigheden. Nu de alimentatierechter bij de vaststelling van de oorspronkelijke alimentatie (slechts) heeft aangenomen dat de man voldoende draagkracht had zonder uit te gaan van een concreet inkomstenbedrag, sluit de nu door het hof vastgestelde inkomenstoename niet uit dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden in de zin van art. 1:401 lid 1 BW. Lees meer…

Geen hoger beroep tegen machtiging van bewindvoerder tot opheffing van huwelijkse voorwaarden
HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:160
Tegen een machtiging van een bewindvoerder ex art. 1:441 BW, strekkende tot opheffing van huwelijkse voorwaarden waarbij de rechthebbende partij is, staat geen hoger beroep open door de zoons van de rechthebbende met toekomstige, erfrechtelijke aanspraken. Zoons zijn noch op de voet van art. 798 lid 1 Rv, noch op de voet van art. 798 lid 2 Rv als belanghebbenden aan te merken. Lees meer…

Geen geschriftenbescherming voor databanken
HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:88 (Ryanair/PR Aviation)
Databanken die niet aan het oorspronkelijkheidscriterium voldoen en daardoor niet auteursrechtelijk beschermd zijn, zijn evenmin vatbaar voor bescherming onder het regime van de geschriftenbescherming. De Hoge Raad stelt verder prejudiciële vragen aan het HvJEU over de toelaatbaarheid van een contractuele beperking van het gebruik van een databank die niet door het auteursrecht of het databankenrecht wordt beschermd. Lees meer…

Proceshandelingen na schorsing advocaat nietig in geval van benadeling
HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:146 (X/mr. Van Loenen q.q.)
Een procedure wordt van rechtswege geschorst na schorsing van een advocaat (art. 226 Rv). Nadien verrichte proceshandelingen zijn nietig, mits degene die zich op nietigheid beroept benadeeld is door het feit dat de procedure niet is stilgelegd. In dit geval – waarin een getuigenverhoor buiten aanwezigheid van een advocaat had plaatsgevonden – is aan dit vereiste van benadeling voldaan. Lees meer…

Mededingingsbeperking niet alleen verboden op “eigen” markt
HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:149 (NVM / Veerman q.q.)
Het feit dat een besluit van een ondernemersvereniging mededingingbeperkende gevolgen heeft op een andere markt dan die waarop de leden van de vereniging zelf economisch actief zijn, staat niet in de weg aan de conclusie dat het besluit verboden is wegens strijd is met art. 6 Mw. Lees meer…

Voor wijziging van de pensioengrondslag is instemming van de ondernemingsraad vereist
HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:159 (Ondernemingsraad Stena Line B.V./Stena Line B.V.)
Een pensioenverzekeringsregeling is geen primaire arbeidsvoorwaarde. Voor wijziging van de pensioengrondslag is daarom op de voet van art. 27 lid 1, aanhef en onder a, WOR instemming van de ondernemingsraad vereist. Lees meer…

Faillissementsgijzeling wegens schending inlichtingenplicht en het nemo tenetur-beginsel
HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:161 (Verzoeker/Mr. Ruding q.q.)
Het uitoefenen van dwang door een faillissementsgijzeling die erop is gericht de gefailleerde ertoe te bewegen te voldoen aan zijn inlichtingenplicht in de zin van art. 105 Fw levert geen strijd met art. 6 EVRM op. Dergelijke inlichtingen dienen echter als wilsafhankelijk bewijsmateriaal te worden aangemerkt. Indien niet kan worden uitgesloten dat zij tevens in verband met een “criminal charge” tegen de gegijzelde zullen worden gebruikt, zullen de nationale autoriteiten dienen te waarborgen dat deze zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Lees meer…

Vergaande rechterlijke verantwoordelijkheid bij bevordering omgangsregeling
HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:91
Het recht op omgang tussen ouder en kind is een fundamenteel recht. Slechts als zich een van de in art. 1:377a lid 3 BW opgesomde omstandigheden voordoet, kan een omgangsregeling worden ontzegd. Het gegeven dat de met gezag belaste ouder bezwaren heeft tegen omgang kwalificeert niet als een omstandigheid die tot ontzegging van de omgang kan leiden. De rechter is op grond van art. 8 EVRM gehouden zich in te spannen om – in weerwil van een weigerachtige houding van de met gezag belaste ouder – een omgangsregeling tot stand te brengen en dient daartoe alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te treffen. Lees meer…

Termijn voor parate executie van art. 58 Fw; binding curator aan erkenning pandrecht
HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2051 en ECLI:NL:HR:2013:2076 (Glencore/Curatoren Zalco; NB/Curatoren Zalco)
(i) Wanneer de uitoefening van een pandrecht binnen een door de curator gestelde termijn (in redelijkheid) niet mogelijk blijkt, is de rechter-commissaris weliswaar bevoegd de termijn voor het uitoefenen van het pandrecht te verlengen, maar is hij daartoe niet verplicht. (ii) De binding van de curator aan een bij vaststellingsovereenkomst gedane erkenning van een pandrecht, kan niet ongedaan gemaakt worden langs de weg van een op art. 69 Fw gebaseerd bevel van de rechter-commissaris aan de curator, strekkende tot (her)beoordeling van het paulianeuze karakter van de verpanding. Lees meer…