

Certificering van aandelen: blijvend gevolg van een tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer
HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056 (e-Traction Worldwide c.s./e-Traction Europe c.s.)
De tweede fase van de enquêteprocedure eindigt met het onherroepelijk worden van de beschikking op het enquêteverzoek, of – als tijdelijke voorzieningen ex art. 2:356 sub c, d en e BW dan nog voortduren – op het moment dat deze voorzieningen eindigen. De getroffen tijdelijke voorzieningen kunnen blijvende gevolgen hebben. Bezwaren tegen deze voorzieningen of de wijze waarop daaraan invulling is gegeven kunnen slechts worden geuit door het instellen van rechtsmiddelen tegen de beschikking(en) in de enquêteprocedure. Lees meer…

Verbintenis tot uitvoering betalingsopdracht ontstaat pas door de betalingsinstructie aan de bank
HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0614 (ING/Manning q.q.)
De verbintenis van een bank om overeenkomstig een instructie van haar rekeninghouder een betalingsopdracht ten laste van het saldo van de rekening-courant uit te voeren, ontstaat pas op het moment dat die instructie wordt gegeven. Lees meer…

Gemeente kan koopovereenkomst die strijdig is met haar voorkeursrecht vernietigen
HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0608, ECLI:NL:HR:2012:BV0609 en ECLI:NL:HR:2012:BV0612 (Echteld c.s./Bunnik)
Op grond van art. 26 Wet voorkeursrecht gemeenten kan een gemeente een voorkeursrecht vestigen op een perceel grond. Gevolg hiervan is dat indien de grond ondanks het bestaan van het voorkeursrecht wordt overgedragen, de koopovereenkomst op instigatie van de gemeente kan worden vernietigd. Lees meer…

Aankondiging acceptgiro griffierecht geen reden voor toepassing hardheidsclausule
HR 16 maart 2011, ECLI:NL:HR:2012:BU7361
De brief van de griffie van de Hoge Raad, waarin is vermeld dat het in cassatie verschuldigde griffierecht zal worden afgeboekt van de rekening-courant van eiser tot cassatie dan wel een acceptgiro voor het griffierecht zal worden gezonden, maakt de te late betaling van het griffierecht niet verschoonbaar en rechtvaardigt geen toepassing van de hardheidsclausule (art. 127 lid 3 Rv). Lees meer…

Motiveringsplicht rechter bij wijziging partneralimentatie met terugwerkende kracht
HR 16 maart 2012,ECLI:NL:HR:2012:BU9882
Het hof heeft in dit geval niet voldaan aan de motiveringsplicht die sinds 2008 (HR 25 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB9246) als vaste rechtspraak heeft te gelden bij het met terugwerkende kracht wijzigen van alimentatie. Lees meer…

Eerste Kamer aanvaardt Wetsvoorstel versterking cassatierechtspraak
Op 13 maart 2012 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel versterking cassatierechtspraak aanvaard. Ook dit wetsvoorstel is, net als het eerder aangenomen Wetsvoorstel prejudiciële vragen, zonder stemming aangenomen. Lees meer…

Partijen moeten correspondentie uit zichzelf in het geding brengen
HR 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9204
Van een partij die zich beroept op correspondentie waarover zij beschikt, mag worden verlangd dat zij die correspondentie uit zichzelf in het geding brengt, ook als het vertrouwelijke correspondentie tussen advocaten betreft, voor het overleggen waarvan de toestemming van de advocaat van de wederpartij dan wel de deken nodig is. De rechter behoeft partijen daartoe niet in de gelegenheid te stellen. Lees meer…

Bezit van staat en een niet erkende geboorteakte
HR 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9884
Het bezit van staat in de zin van art. 1:209 BW strekt ertoe de rechtszekerheid en het belang van het kind te beschermen. Aan toepassing van deze wetsbepaling staat niet in de weg dat het gaat om een in het buitenland opgemaakte geboorteakte en evenmin dat het een akte betreft die niet in de Nederlandse rechtsorde is of kan worden erkend. Lees meer…

Waterwoning is in het algemeen een roerende zaak
HR 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8198
Dat een waterwoning geen zelfstandig drijfvermogen heeft en dat een bevestiging aan stabilisatiepalen moet voorkomen dat zij gaat kantelen, verhindert niet dat zij bestemd is om te drijven en in feite drijft, en dat zij daarmee een schip, en dus in beginsel een roerende zaak is. Bij de beantwoording van de vraag of de waterwoning op grond van artikel 3:4 BW als bestanddeel kan worden aangemerkt van het recreatiepark waarin zij is gelegen, dient niet het recreatiepark als mogelijke hoofdzaak in aanmerking te worden genomen, maar de grond onder en naast de waterwoning. Daarbij kan de verkeersopvatting alleen een rol spelen indien onzekerheid bestaat of de waterwoning kan worden beschouwd als duurzaam met de grond verenigd. Lees meer…

Verval van instantie ondanks instellen incidentele vordering tot schorsing
HR 2 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8176 (X/Royal Bank of Scotland)
Een partij die een proceshandeling in de hoofdzaak dient te verrichten, maar in plaats daarvan een incidentele vordering instelt ten aanzien waarvan de wet niet bepaalt dat daarover eerst en vooraf moet worden beslist, loopt het risico dat de rechter oordeelt dat voor dat laatste onvoldoende reden is en dat de betrokken proceshandeling in de hoofdzaak ten onrechte niet is verricht. Het hof heeft in dit geval kunnen oordelen dat het instellen van een incidentele vordering tot schorsing van de zaak in afwachting van de uitkomst van een andere procedure, niet meebracht dat appellant nog een verder uitstel zou krijgen voor zijn memorie van grieven. Lees meer…