Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: effectenleaseovereenkomst


Hoge Raad 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Ook een aandelenleasebelegger die de effecten aan het eind van de looptijd overneemt, en die zijn resterende verplichtingen aan de aanbieder dus geheel uit eigen middelen voldoet, heeft recht op schadevergoeding. Voor de toerekening van de schade (art. 6:98 BW) maakt het geen verschil hoe de belegger ‘zijn verlies neemt’. Jerre de Jong bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #172 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Schade door schending van de zorgplicht bij een effectenleaseovereenkomst kan ook aan de aanbieder worden toegerekend als de afnemer aan het einde van de looptijd de effecten overneemt. Voor die toerekening maakt het geen verschil hoe de afnemer zijn verlies neemt. (meer…)

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862

De Hoge Raad geeft in een uitvoerig arrest antwoord op prejudiciële vragen over de rol van een tussenpersoon bij de verkoop van aandelenlease-producten en de gevolgen daarvan voor de vergoedingsplicht van de aanbieder (Dexia).  (meer…)

HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:810

(i) Een door een echtgenoot ingestelde rechtsvorderingen tot (terugbetaling vanwege) vernietiging van een effectenleaseovereenkomst is niet op grond van art. 3:171 BW ingesteld ten behoeve van de gezamenlijke echtgenoten. Daarop gegeven onherroepelijke beslissingen hebben dan ook niet uit dien hoofde bindende kracht jegens beide echtgenoten;
(ii) Een onherroepelijke beslissing over het beroep op art. 1:89 lid 1 BW in een procedure waarin slechts een echtgenoot als procespartij is opgetreden heeft niet op de voet van art. 236 Rv gezag van gewijsde jegens de andere echtgenoot. De strekking van de art. 1:88 BW en 1:89 BW brengt echter wel mee dat met een onherroepelijke beslissing over het beroep op vernietiging in een procedure tussen de niet handelende echtgenoot en de wederpartij, ook tussen de handelende echtgenoot en de wederpartij vaststaat of de vernietiging rechtsgeldig was. Als de niet handelende echtgenoot geen partij was in de eerdere procedure kan de wederpartij jegens hem of haar daarentegen niet het gezag van gewijsde van de eerdere uitspraak inroepen. (meer…)

Cassatieblog.nl