Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: VWEU art. 102


Hoge Raad 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:847

De partij die beweert dat een inbreuk is gemaakt op art. 102 VWEU, draagt de bewijslast van die inbreuk. In beginsel kan deze partij niet volstaan met een algemene aanduiding van mededingingsrechtelijke verboden, gepaard met de stelling dat deze verboden in het desbetreffende geval zijn geschonden. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om hierover prejudiciële vragen te stellen. (meer…)

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:814

Volgens rechtspraak van het HvJEU worden een dochtermaatschappij en een moedermaatschappij die daarin (nagenoeg) alle aandelen houdt voor de toepassing van de mededingingsregels als één onderneming gezien. Dat werkt ook door in de bevoegdheid van de rechter om kennis te nemen van een vordering tot aansprakelijkheid wegens overtreding van de mededingingsregels: die kan worden aangebracht bij de rechter van het land waar één van beiden woonplaats heeft (art. 8 lid 1 Verordening Brussel I-bis). De rechter kan alleen dan geen bevoegdheid aannemen als op voorhand uitgesloten is dat de moedermaatschappij beslissende invloed had op de dochtermaatschappij. (meer…)

HR 1 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:300

(i) Een dominante onderneming is niet verplicht om aan al haar afnemers dezelfde prijs in rekening te brengen.
(ii) Om vast te kunnen stellen of de prijsdiscriminatie een nadeel bij de mededinging oplevert, moeten alle relevante omstandigheden van het concrete geval worden geanalyseerd.
(iii) De Hoge Raad noemt, onder verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, verschillende omstandigheden die de rechter daarbij kan betrekken. (meer…)

HR 21 april en 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:660 en ECLI:NL:HR:2023:965

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over het vermoeden van ‘één onderneming’ in geval van beslissende invloed van de moedermaatschappij bij het bepalen van een nauwe band als bedoeld in art. 8 sub 1 Brussel I-bis. (meer…)

HR 21 december 2012 LJN BX0345 (ANVR en ATP c.s./IATA-NL)

Een beroep op strijdigheid van een door een branchevereniging gehanteerde regeling met het Europese mededingingsrecht, moet voldoende onderbouwd worden met (economische) feiten en omstandigheden. (meer…)

Cassatieblog.nl