Dossier: Erfrecht


HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241

1. De executeur en afwikkelingsbewindvoerder van een nalatenschap heeft, in verband met zijn positie bij de afwikkeling van de nalatenschap, een voldoende belang bij voeging in een procedure waarin de vraag speelt welk recht op die afwikkeling van toepassing is.
2. Het woord “afwikkeling” in het kader van een nalatenschap heeft geen specifieke juridische betekenis. Die aanduiding dient ertoe de feitelijke afhandeling van een nalatenschap aan te duiden. Daaronder kon, in het onderhavige geval, zonder schending van enige rechtsregel ook de “verdeling” worden begrepen. (meer…)

HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:39 (X/Mazars Bewind B.V. en Executele en Viaduin Adviezen B.V.)

Zowel naar oud als nieuw erfrecht is de executeur-testamentair, voor zover de erflater niet anders heeft beschikt, (uitsluitend) belast met het beheer van de nalatenschap. Dat gold ook voor de onder het oude recht voorkomende figuur van de boedelberedderaar. Na het eindigen van zijn taak zal de executeur ook het beheer van de nalatenschap moeten beëindigen. Verhouding art. 399 Rv en art. 31/32 Rv. HR komt terug van zijn uitspraak van 18 juni 2010, NJ 2010/389. (meer…)

HR 17 mei 2013, LJN BZ3643

Tot de taak van de executeur kan behoren dat deze legaten vermindert teneinde andere schulden van de nalatenschap daaruit ten volle te kunnen voldoen (art. 4:120 BW). Dat geldt eveneens voor een door een sommenverzekeraar gedane uitkering (art. 4:126 lid 1 jo. 2, aanhef en sub b BW). Een vermindering van een legaat of uitkering als bedoeld in art. 4:126 lid 1 jo. 2, aanhef en sub b BW kan eveneens behoren tot de taak van de vereffenaar van de nalatenschap. (meer…)

HR 5 april 2013, LJN BY9084 (Cassatie in het belang der wet)

Betekening van een exploot aan de gezamenlijke erfgenamen van een overledene, zonder vermelding van hun namen en woonplaatsen, aan de woonplaats van de overledene is alleen mogelijk indien daar nog één van de in art. 53 sub a Rv genoemde nabestaanden woont. Bij een openbare dagvaarding van de erfgenamen (art. 54 lid 2 Rv) moeten hun namen en woonplaatsen worden vermeld. Wanneer de erfgenamen noch via art. 53 Rv, noch via art. 54 Rv kunnen worden gedagvaard, kan via art. 4:204 BW om benoeming van een vereffenaar over de nalatenschap worden verzocht en kan de dagvaarding vervolgens aan deze vereffenaar worden betekend. (meer…)

HR 15 februari 2013, LJN BY2595

Indien uitleg van een testament op de voet van art. 4:46 lid 1 BW tot de slotsom leidt dat (een deel van) het testament geen duidelijke zin heeft als bedoeld in art. 4:46 lid 2 BW, mogen bij de (nadere) uitleg van het testament daden of verklaringen van de erflater worden gebruikt. Het hof (dat de door één van de betrokkenen bij de nalatenschap verdedigde uitleg van het testament mede in de sleutel van de verbetering van een vergissing ex art. 4:46 lid 3 BW had geplaatst) heeft dit miskend. (meer…)

HR 9 september 2012, LJN BX7468

Overschrijding van een termijn die de kantonrechter op grond van art. 4:192 lid 2 BW heeft gesteld voor zuivere aanvaarding van een nalatenschap heeft niet tot gevolg dat de erfgenamen worden geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard, indien niet vaststaat dat de beschikking waarin de kantonrechter die termijn heeft gesteld op rechtsgeldige wijze aan de erfgenamen is betekend. (meer…)