

Schadevergoeding mag, als dat kan, direct worden geschat
HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930 (Kameleon en X/mr. Bisscheroux q.q.)
Art. 612 Rv brengt mee dat de rechter in beginsel de schade in zijn vonnis begroot voor zover dit mogelijk is, ook als slechts schadevergoeding op te maken bij staat is gevorderd, maar voldoende is gesteld en is komen vast te staan om te kunnen veroordelen tot een bepaald bedrag. Schade mag ook bij wege van schatting worden begroot, als de schattingen hun grondslag vinden in concrete gegevens ontleend aan de stukken van het geding. Lees meer…

Toegang tot de appelrechter na verstreken appeltermijn van verstekvonnis op tegenspraak
HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894
De toepassing van de art. 140 en 339 Rv in een concreet geval mag niet tot gevolg hebben dat het recht op toegang tot de rechter in de kern wordt aangetast. Daarom is overschrijding van de appeltermijn niet zonder meer fataal in een geval waarin de inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend, en het vonnis aan de bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan het verstrijken van de appeltermijn. Lees meer…

Verlenging schuldsanering mogelijk na verstrijken wettelijke schuldsaneringstermijn
HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2935
Beantwoording van twee prejudiciële vragen. 1. De beslissing om op de voet van art. 349a lid 2 en 3 Fw de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen, kan worden genomen na het moment waarop de in art. 349a lid 1 Fw bedoelde termijn van de schuldsaneringsregeling afloopt. 2. De verplichtingen die op grond van de tweede afdeling van titel III Fw voor de schuldenaar voortvloeien uit de toepassing van de schuldsaneringsregeling, gelden niet in de periode die is geleden tussen het moment waarop de termijn van art. 349 lid 1 Fw afloopt en het moment waarop onherroepelijk is beslist omtrent de verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling. Lees meer…

Boekhoudplicht bestuurder omvat meer dan alleen debiteuren-, crediteuren- en liquiditeitspositie
HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2932
Volgens art. 2:10 lid 1 BW is het bestuur verplicht op zodanige wijze een administratie te voeren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. In het arrest Brens q.q./Sarper (NJ 1993/713) heeft de Hoge Raad niet een hiervan afwijkende maatstaf geformuleerd. Door te verwijzen naar dat arrest heeft het hof niet miskend dat in dit verband ook andere elementen dan de debiteuren- en crediteurenpositie en de stand van de liquiditeiten van belang kunnen zijn. Lees meer…

Verslaving aan middelen kan niet leiden tot toepassing van de Wet Bopz
HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2937
Mede tegen de achtergrond van de uit art. 5 lid 1 EVRM voortvloeiende waarborgen tegen willekeurige vrijheidsbeneming, kan verslaving aan middelen als drugs en alcohol niet tot toepassing van de Wet Bopz leiden, tenzij de verslaving gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. Lees meer…

Werkgeversaansprakelijkheid en causaal verband bij opeenvolgende schadeoorzaken
HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2895 (Eiser/Saint-Gobain)
Een werknemer komt, nog kampend met de restverschijnselen van een recent arbeidsongeval, thuis ten val. ’s Hofs oordeel dat de aansprakelijkheid van de werkgever niet mede de gevolgen van de huiselijke valpartij omvat, is onbegrijpelijk. Lees meer…

Ontbindingsvergoeding verschuldigd ondanks overlijden werknemer vóór beoogde ontbindingsdatum
HR 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2898 (Erven X/ Woningstichting Domijn)
Indien noch in de ontbindingsbeschikking, noch in de beëindigingsovereenkomst is bepaald dat de in rechte toegekende ontbindingsvergoeding slechts verschuldigd zal zijn indien de arbeidsovereenkomst per de datum van ontbinding nog bestaat, is de vergoeding verschuldigd, ook al is de arbeidsovereenkomst door het overlijden van de werknemer eerder dan op de datum van ontbinding geëindigd. Lees meer…

Mededeling van dringende reden bij ontslag op staande voet
HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2806 (Eiser/Meridiaan College)
Het vereiste van onverwijlde mededeling van de dringende reden voor ontslag op staande voet (art. 7:677 lid 1 BW) strekt ertoe dat voor de wederpartij onmiddellijk duidelijk is welke eigenschappen of gedragingen de ander hebben genoopt tot het beëindigen van de dienstbetrekking. In ’s hofs oordeel dat voor eiser voldoende duidelijk was welke feiten en omstandigheden aan zijn ontslag ten grondslag lagen, ligt besloten dat er bij eiser redelijkerwijs geen twijfel over kan hebben bestaan dat hij ook zou zijn ontslagen als slechts een deel van de in de aanzegging weergegeven klachten zou komen vast te staan. Lees meer…

Uitvoerbaarverklaring van een civielrechtelijke veroordeling in een Belgisch strafvonnis
HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2816
(1) Het begrip ‘burgerlijke of handelszaken’ van art. 1 EEX-Vo omvat mede een civielrechtelijke veroordeling in een strafrechtelijk vonnis van een gerecht van een lidstaat. (2) De rechtsmiddelprocedure van art. 43 EEX-Vo kan door een enkelvoudige kamer van de rechtbank worden behandeld. (3) Op de rechtsmiddelprocedure zijn de algemene regels voor verzoekschriftprocedures van toepassing, voor zover uit de EEX-Vo of de wet niet anders voortvloeit. Daarom is procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht en kan een proceskostenveroordeling worden uitgesproken. (4) De in art. 281 Rv voorziene herstelmogelijkheid is van overeenkomstige toepassing op het verzuim dat het verweerschrift ten onrechte niet door een advocaat is ondertekend en ingediend. Lees meer…

Drie vernietigingen van akten niet-dienen
HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2798, ECLI:NL:HR:2014:2804, ECLI:NL:HR:2014:2813
Uitgangspunt is dat de advocaat die partijen vertegenwoordigt zonder meer geacht wordt op de hoogte te zijn van de in de procedure geldende termijnen en van de vérstrekkende gevolgen die verbonden zijn aan overschrijding daarvan. In deze drie zaken (waarin steeds door het hof akte niet-dienen van grieven is verleend op grond van de toepasselijke procesreglementen) acht de Hoge Raad sprake van een bijzondere situatie, die een uitzondering op dit uitgangspunt rechtvaardigt. Lees meer…