

Mogelijke precedentwerking vormt geen voldoende belang bij een vordering tot voeging
HR 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:750
In een mogelijke precedentwerking van een uitspraak is niet reeds een voldoende belang gelegen bij een vordering tot voeging. Dit geldt ook als sprake is van sterk op elkaar gelijkende vorderingen of feitencomplexen tussen deels dezelfde partijen. Lees meer…

Zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie
HR 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:651
De Hoge Raad heeft beslist dat zekerheidstelling voor proceskosten alleen mogelijk is in de lopende instantie en dus niet voor onbetaald gebleven proceskosten in eerdere instanties. In deze zaak wijst de Hoge Raad de gevorderde zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie toe.

Rechterswissel tussen pleidooi en uitspraak
Hoge Raad 7 mei 2021 ECLI:NL:HR:2021:700
Ingevolge vaste rechtspraak dienen, ingeval van een rechterswisseling in de periode tussen een mondelinge behandeling en de daaropvolgende uitspraak, partijen daarover voorafgaand aan de uitspraak te worden ingelicht, onder opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum, en dienen zij in de gelegenheid te worden gesteld een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen. Lees meer…

De aard en ernst van de dringende reden van het ontslag op staande voet
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:596
In deze zaak herhaalt de Hoge Raad de maatstaf die geldt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Het hof heeft die maatstaf miskend, door een voor de beoordeling van aard en ernst van de dringende reden relevante omstandigheid niet bij zijn beslissing te betrekken. Lees meer…

Uitleg van een distributieovereenkomst aan de hand van het Unierecht
HR 30 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:667
(i) Dat bij de uitleg van een distributieovereenkomst door de rechter gebruik wordt gemaakt van een arrest dat deel uitmaakt van het Unierechtelijke mededingingsrecht, kan niet gelijk worden gesteld aan het oordeel dat het Unierechtelijke mededingingsrecht van toepassing is.
(ii) Of objectief gezien noodzaak bestaat tot reorganisatie van het volledige distributienet of van een wezenlijk deel daarvan, moet door de rechter worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval en staat niet ter discretie van de leverancier. Dit is een autonome Unierechtelijke beoordelingsmaatstaf. Lees meer…

Privé-opnames vennoot vallen onder derdenbeslag
HR 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:640
Privé-opnames die een vennoot doet ten laste van zijn v.o.f. kunnen vallen onder een eerder gelegd derdenbeslag in de zin van art. 475 Rv. Lees meer…

Omgaan met vertrouwelijke informatie in een procedure & de bedoeling van de merkhouder bij uitputting
HR 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:641
(i) De rechter heeft op grond van art. 22a lid 3 Rv de bevoegdheid om toegang tot gegevens, waarvan kennisneming de bescherming van een bedrijfsgeheim onevenredig zou schaden, te beperken. Die bevoegdheid kan de rechter ook ambtshalve toepassen als een partij zich erop beroept dat bepaalde gegevens het karakter van een bedrijfsgeheim hebben.
(ii) Voor de vraag of sprake is van uitputting is niet relevant of de merkhouder het oogmerk had om de producten buiten de EER op de markt te brengen en ook niet of partijen bepaalde afspraken hebben gemaakt ten aanzien van de bestemming van de producten. Evenmin is relevant dat de koper niet in de EER is gevestigd. Lees meer…

Rangwijziging bij pandrechten en reikwijdte inningsbevoegdheid bij vorderingen op naam
HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524 (Van Dooren q.q. / X Holding)
1) Rangwijziging is ook mogelijk ten aanzien van het recht van pand.
2) Rust een pandrecht op een vordering, dan is de pandhouder bevoegd in en buiten rechte nakoming van de vordering te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Deze in art. 3:246 lid 1 BW geregelde bevoegdheden strekken zich uit over alle vorderingen die door de pandgever aan de pandhouder zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor het pandrecht is verstrekt. Lees meer…

Verschoningsrecht advocaat over informatie derdengeldenrekening
HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:532
Voor de beantwoording van de vraag of informatie over een derdengeldenrekening van een advocaat onder het verschoningsrecht (ex art. 53a AWR) valt, is beslissend of hem de informatie in zijn hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd. Of dat het geval is, is in de eerste plaats aan de advocaat om te beoordelen. Volgens de Hoge Raad kan informatie over de derdengeldenrekening onder omstandigheden worden aangemerkt als informatie die de advocaat in zijn hoedanigheid is toevertrouwd. Dat neemt echter niet weg dat een advocaat alleen derdengelden mag ontvangen op zijn derdengeldenrekening voor zover deze direct te relateren zijn aan een zaak en de gelden ook functioneel zijn voor het verloop van die zaak. In alle overige gevallen is het ontvangen van gelden op de derdengeldenrekening niet toegestaan. Lees meer…

De notariële kwaliteitsrekening en uitbetaling aan kopers/verkopers van registergoederen
HR 16 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:588
In deze zaak speelde de vraag of de notaris de op zijn kwaliteitsrekening gehouden (restant)koopsom voor een onroerende zaak moet uitkeren aan de verkoper omdat uit de narecherche bleek dat levering vrij en onbezwaard heeft plaatsgevonden, of aan de koper omdat daarna bleek dat de beoogde overdracht is mislukt door het ontbreken van een titel. Verder speelde de aansprakelijkheid van de notaris, die de opdracht gaf tot de uitbetaling van de restantkoopsom aan (de financier van) de koper, jegens de verkoper. Lees meer…