Alle berichten met de tag: BW art. 6:101


HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1133

In gevallen waarvoor de 50%- of 100%-regel geldt, subrogeert de verzekeraar van de benadeelde, voor zover het gaat om de billijkheidscorrectie, (i) niet in diens rechten wat betreft de 50%- of 100%-regel en (ii) niet integraal wat betreft de ‘gewone’ billijkheidscorrectie, namelijk niet wat betreft de uitkomst van de weging van de relevante omstandigheden. Dat is niet anders wanneer de verzekeraar van de aansprakelijke persoon een vaststellingsovereenkomst met de benadeelde heeft gesloten.  (meer…)

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862

De Hoge Raad geeft in een uitvoerig arrest antwoord op prejudiciële vragen over de rol van een tussenpersoon bij de verkoop van aandelenlease-producten en de gevolgen daarvan voor de vergoedingsplicht van de aanbieder (Dexia).  (meer…)

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2789

Wanneer de Staat wegens rechtmatig strafvorderlijk optreden aansprakelijk is voor schade aan zaken van een ander dan de verdachte moet – bij beoordeling van de vraag of de vergoedingsplicht van de Staat op de voet van art. 6:101 lid 1 BW moet worden verminderd of vervalt – het tweede lid van die bepaling buiten toepassing blijven. Dat betekent dat indien de beschadigde zaak werd gehouden door de verdachte, omstandigheden aan de zijde van de verdachte die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade, niet aan die ander (de eigenaar) kunnen worden toegerekend. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164

Prejudiciële vragen. De Hoge Raad geeft regels voor voordeelstoerekening in effectenleasezaken. Aan bod komen onder meer de toerekening van een batig saldo op termijnen en restschuld; toerekening van overige voordelen; eigen schuld; de vraag of de wijze waarop het voordeel is genoten verschil maakt. Ook overweegt de Hoge Raad dat niet van belang is of sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last. (meer…)

HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en ECLI:NL:HR:2016:2015

(1) Op grond van art. 7 lid 1 Wte 1995 dient de cliëntenremisier die zich niet beperkt tot het aanbrengen van een potentiële belegger bij een beleggings- of effecteninstelling, maar hem tevens beleggingsadvies geeft, over een vergunning te beschikken. (2) De eigen schuldregel voor effectenlease (1 staat tot 2) lijdt uitzondering en de vergoedingsplicht van de aanbieder blijft geheel in stand, indien de cliëntenremisier zonder vergunning tevens beleggingsadvies heeft verstrekt en de aanbieder dit weet of behoort te weten. Dit geldt ook indien de mogelijke financiële gevolgen geen onaanvaardbaar zware last voor de afnemer vormden. (meer…)

Cassatieblog.nl