Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: cassatietermijn


HR 12 juni 2026 ECLI:NL:HR:2026:908

De wet bevat geen termijn voor het instellen van een rechtsmiddel met een beroep op doorbreking van een rechtsmiddelenverbod of voor het instellen van een cassatieberoep tegen een daarop gedane uitspraak. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad moet worden aangesloten bij de termijn die geldt voor beslissingen in de zin van titel III Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van de faillissementswet, waar wel is voorzien in een rechtsmiddel. Die termijn van het instellen van een beroep in cassatie bedraagt acht dagen na de dag van de uitspraak. (meer…)

6 februari 2026 ECLI:NL:HR:2026:201

Deze uitspraak gaat over de uitleg van het overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Deze wet is op 1 januari 2025 in werking getreden. In deze wet is onder andere een nieuwe regeling voor het inzagerecht opgenomen. Omdat het overgangsrecht in deze wet summierlijk geregeld is, zijn in de praktijk vragen over de uitleg van dat overgangsrecht gerezen. Zo speelt de vraag of naar oud of nieuw recht moet worden bepaald of, en zo ja, binnen welke termijn een rechtsmiddel openstaat. In deze uitspraak, beantwoordt de Hoge Raad onder andere die vraag. (meer…)

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1246

De Hoge Raad besliste op 23 november 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2161) dat in onteigeningszaken het oproepingsbericht binnen de cassatietermijn moet worden bezorgd of betekend. Dat was in deze zaak niet gebeurd. Dat in dit geval verweerders wel binnen de cassatietermijn van het instellen van cassatieberoep op de hoogte zijn gesteld (zonder dat de procesinleiding of het oproepingsbericht werd meegestuurd), maakt dat niet anders. De gemeente is niet-ontvankelijk. Ten overvloede wijst de Hoge Raad de suggestie van de hand om terug te komen van zijn definitie van een ‘overheidswerk’. Dit houdt in dat wanneer niet de onteigenende overheid het werk waarvoor wordt onteigend realiseert, maar dat een private marktpartij is, de voordelen door dat werk alleen worden geëlimineerd (als bedoeld in art. 40c Ow) als het werk tot stand wordt gebracht voor rekening en risico van een rechtspersoon als bedoeld in art. 2:1 lid 1 en 2 BW. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2393

Er staat geen hoger beroep open tegen een beschikking van de kantonrechter op een verzet tegen een uitdelingslijst van een nalatenschap (ex artikel 4:218 lid 3 BW). Op grond van artikel 4:218 lid 5 BW juncto artikel 187 lid 1 Fw moet er binnen 8 dagen cassatieberoep tegen een dergelijke beschikking worden ingesteld. Het feit dat in artikel 4:218 lid 5 BW is opgenomen dat de in de Faillissementswet opgenomen voorschriften “zoveel mogelijk” van overeenkomstige toepassing zijn, doet daar niet aan af. (meer…)

HR 23 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2161

Bij de Hoge Raad wordt sinds maart 2017 digitaal geprocedeerd. Bij digitaal procederen moet binnen de (cassatie)termijn de procesinleiding worden ingediend. Eiser krijgt daarna nog een termijn van twee weken om het oproepingsbericht te betekenen of bezorgen. De Onteigeningswet wijkt daarvan af: binnen de cassatietermijn moet niet alleen de procesinleiding worden ingediend, maar moet deze ook (samen met het oproepingsbericht en de afgelegde cassatieverklaring) worden bezorgd of betekend. (meer…)

Cassatieblog.nl