Alle berichten met de tag: tweeconclusieregel


HR 11 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:561

De rechter in hoger beroep kan een geschilpunt in zijn beslissing betrekken dat niet is opgenomen in de memorie van grieven, maar wel in het verlengde ligt van reeds aangevoerde grieven. Vóórdat hij op dat geschilpunt beslist, moet de rechter wel nagaan of de wederpartij zich over dat geschilpunt voldoende heeft kunnen uitlaten. Als dat niet zo is, moet de rechter daartoe alsnog gelegenheid bieden. (meer…)

HR 5 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1015

Geen schending tweeconclusieregel omdat de feiten waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd geïntimeerde eerst vlak voor de mondelinge behandeling bekend werden. Reikwijdte gezag van gewijsde. (meer…)

HR 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:997

Vermindering van de eis in zaken met verplichte procesvertegenwoordiging kan niet besloten liggen in een verklaring van een procespartij ter comparitie, maar dient plaats te vinden bij conclusie of akte, welke akte ook daarin kan bestaan dat de procesvertegenwoordiger ter comparitie mondeling akte verzoekt van een vermindering van eis. Indien echter intrekking van vorderingen een vorm van afstand van recht zou inhouden, geldt daarvoor de eis dat sprake moet zijn van een verklaring die op de aan afstand van recht verbonden rechtsgevolgen is gericht. Daarbij mag in het algemeen worden aangenomen dat een eisende partij die haar eis wijzigt, niet zal wensen dat in het geheel geen eis resteert in het geval de eiswijziging niet wordt toegelaten. De rechter dient in dat geval te onderzoeken of met de wijziging van de vorderingen de bestaande vorderingen onvoorwaardelijk heeft willen prijsgeven. (meer…)

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1097

Een incidenteel beroep neemt processueel een zelfstandige positie in ten opzichte van een principaal beroep. Dit betekent dat een memorie van antwoord in het incidentele beroep de geïntimeerde in dat beroep geen gelegenheid biedt om te reageren op in het principale beroep gevoerde, nieuwe verweren. Het pleidooi is daar de eerste gelegenheid voor. (meer…)

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/verweerder)

Hoewel met de bepaling van art. 1:125 lid 2 Wft zwaarwegende belangen worden gediend, is zij niet van openbare orde omdat zij niet strekt ter bescherming van algemene belangen van zo fundamentele aard dat zij (ongeacht het partijdebat of de bijzondere omstandigheden van het geval) altijd door de rechter moeten worden toegepast.  (meer…)

Cassatieblog.nl