Dossier: Erfrecht


HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1271

De Hoge Raad stelt buiten twijfel dat conservatoir beslag in beginsel kan strekken ter verzekering van een vordering die (nog) niet opeisbaar is. Uitleg overgangsrecht met betrekking tot verval aanspraak op legitieme portie (art. 128 Ow BW jo. 4:85 BW). (meer…)

HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1272

Erfgename vernietigt schenkingen die erflaatster bij leven had gedaan wegens misbruik van omstandigheden. Het hof had toepassing moeten geven aan de bewijsregel van art. 7:176 BW, door in beginsel op de begiftigde de bewijslast te leggen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden zijn tot stand gekomen. Van een uitzondering op deze regel had het hof uitdrukkelijk verantwoording moeten afleggen. (meer…)

HR 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:995

Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een verschuldigde geldsom in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. ’s Hofs oordeel om de wettelijke rente plus 1% te berekenen, getuigt daarmee van een onjuiste rechtsopvatting. Daarnaast heeft het hof ten onrechte de rentevordering toegewezen tot de datum van het eindvonnis en niet tot de dag van betaling en is in de staat van verdeling ten onrechte een lening niet vermeld. (meer…)

HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:721

Ingevolge art. 4:198 BW oefenen de erfgenamen hun bevoegdheden als vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap in beginsel slechts gezamenlijk uit. Dit brengt echter niet mee dat in het geval één van de vereffenaars de gezamenlijke vereffenaars in rechte betrekt, deze ook zichzelf, als mede-vereffenaar, zou moeten dagvaarden. (meer…)

HR 22 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:99

Geen rechtsregel brengt mee dat de verplichting van de executeur tot het afleggen van rekening en verantwoording bij het einde van zijn beheer na het overlijden van de executeur overgaat op diens erfgenamen. Mededelingsplicht erfgenamen art. 4:149 lid 4, slotzin, BW. (meer…)

HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:46

De vraag, of een uiterste wilsbeschikking een voorwaarde of last bevat die onmogelijk is te vervullen, zodat deze voor niet geschreven wordt gehouden – zie art. 4:45 lid 1 BW – dient te worden beoordeeld naar het tijdstip van het overlijden van erflater. (meer…)