Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 18 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BS1706 (ISG c.s./Meropa c.s.)

De algemene regeling van wanprestatie sluit een beroep op dwaling of bedrog niet uit. Het oordeel van het hof dat in dit geval de primaire schadevordering uit wanprestatie onverenigbaar is met de subsidiaire schadevordering gegrond op bedrog, komt met dit uitgangspunt niet in strijd, omdat het hof heeft overwogen dat deze vorderingen wel verenigbaar kunnen zijn indien de Profit Sharing Agreement (“PSA”) op onvoordelige voorwaarden is gesloten. (meer…)

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5986 (mr. Van Hees q.q./X)

De deelnemer aan een piramidespel die – anders dan de meeste (latere) deelnemers – positieve resultaten heeft behaald, hoeft deze niet terug te betalen wegens benadeling van de gezamenlijk schuldeisers in het faillissement van de organisator van het piramidespel. (meer…)

HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 (Gemeente De Ronde Venen/SNU en Stedin)

Als wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling voor opzegging, dan is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Het hof heeft in dit geval ten onrechte aangenomen dat de gemeente een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging nodig had, enkel omdat voor de overeenkomst een voor het nutsbedrijf ongunstiger (publiekrechtelijke) regeling in de plaats trad. (meer…)

HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8449 (X/Spektrum Financieringen)

De materiële rechtsverhouding die tussen partijen bestaat, verandert niet door een veroordelend vonnis met betrekking tot een deel van de vordering. (meer…)

HR 16 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8098 (Subat/X)

De rechter kan onder omstandigheden de matigingsbevoegdheid van art. 6:94 BW ook – analoog – toepassen op een zogenaamd oneigenlijk boetebeding. Voor matiging is, net als bij een zuiver boetebeding, pas aanleiding bij bijzondere omstandigheden. (meer…)

HR 8 juli 2011, LJN ECLI:NLHR:2011:BQ1684 (G4 Beheer / Hanzevast)

Een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring in de zin van artikel 6:267 BW is nietig, maar daarmee is geen nietigheid in de zin van artikel 3:40 BW bedoeld. Schadevergoeding wegens een tekortkoming in de nakoming op de voet van artikel 6:74 BW kan ook het positief contractsbelang omvatten. (meer…)

Cassatieblog.nl