

De opsomming van matigingsgronden in art. 2:248 lid 4 BW is limitatief
HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:691
Art. 2:248 lid 4, eerste volzin, BW, bevat een limitatieve opsomming van gronden voor vermindering van het bedrag waarvoor bestuurders aansprakelijk zijn. Lees meer…

Cassatievlog #022 | Over het begrip economische eigendom
HR 10 juni 2022 (eiser / de vennootschap) ECLI:NL:HR:2022:852
In dit vlog bespreekt Paul Tanja een recente uitspraak van de Hoge Raad over de inbreng van de economische eigendom van een goed in een vennootschap. Wat is economische eigendom en hoe beoordeel je of die is ingebracht in de vennootschap? Die vragen zijn relevant om te bepalen of de vennootschap aanspraak kan maken op de eventuele waardevermeerdering of –vermindering van het goed.
Cassatievlog #022 is ook als podcast beschikbaar.

Directe actie als rechtsvordering op aansprakelijkheidsverzekeraar is verjaard?
HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:616
De benadeelde kan terugvallen op de bescherming die de directe actie hem biedt, ook als zijn eigen rechtsvordering op de aansprakelijkheidsverzekeraar is verjaard. Dat dient het belang van slachtofferbescherming en leidt voor de aansprakelijkheidsverzekeraar niet tot nadeel. Lees meer…

Het belemmeringsverbod geldt niet zonder meer voor ter beschikking gestelde zzp’ers
HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:751
Geldt het belemmeringsverbod bij uitzendkrachten ook als de ter beschikking gestelde arbeidskracht een zzp’er is? De Hoge Raad schept in deze uitspraak duidelijkheid. Lees meer…

Ambtshalve cassatie door de Hoge Raad?
HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:690
De Hoge Raad mag in cassatie een uitspraak van de feitenrechter alleen vernietigen op grond van de klachten in het cassatiemiddel – en dus niet, buiten het cassatiemiddel om, op ambtshalve bijgebrachte gronden. Dat volgt uit art. 419 Rv. In dit arrest lijkt de Hoge Raad echter wel op ambtshalve bijgebrachte gronden tot vernietiging van het arrest van het hof te zijn overgegaan. De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatiemiddel namelijk verworpen met toepassing van art. 81 RO. Toch vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het hof. Hoe zit dit?

Cassatievlog #021 | Geen arbeid, wel loon?
Hoge Raad 3 juni 2022 (het UWV / de curator), ECLI:NL:HR:2022:823
Per 1 januari 2020 zijn de wettelijke bepalingen gewijzigd die regelen of een werknemer recht heeft op loon wanneer hij zijn werk niet heeft verricht. Met deze wijziging heeft de wetgever geen inhoudelijke verandering van de risicoverdeling tussen werkgever en werknemer beoogd. Ook niet van de rechtspraak van de Hoge Raad daarover – de ‘oude’ cassatierechtspraak blijft dus gelden. Een en ander heeft de Hoge Raad beslist in zijn uitspraak van 3 juni 2022. Berend-Bram bespreekt deze uitspraak in 3 minuten.
Cassatievlog #021 is ook als podcast beschikbaar.

Toepassing woningwaardestelsel bij ontbreken van een (representatieve) WOZ-waarde
HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:633
Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat bij de toetsing van de redelijkheid van de overeengekomen huurprijs van een woning recht wordt gedaan aan de functie van de WOZ-waarde als onderdeel van het waarderingsstelsel. Dat betekent dat indien bij aanvang van de huurovereenkomst geen WOZ-waarde beschikbaar is voor de verhuurde woning de bij toepassing van het waarderingsstelsel te betrekken relevante waarde van de verhuurde woning op andere wijze moet worden bepaald. De minimum WOZ-waarde die in het Besluit huurprijzen woonruimte (Bhw) in Onderdeel 9 van bijlage I, onder A wordt gehanteerd, is niet geschikt voor deze waardebepaling.

Cassatievlog #020 |Prejudiciële vragen over de rechtsgevolgen van draagmoederschap
Hoge Raad 13 mei 2022 (De wensouders), ECLI:NL:HR:2022:685
Er bestaat onduidelijkheid over de rechtsgevolgen in Nederland bij draagmoederschap in het buitenland, onder meer met betrekking tot het toepasselijk recht en de erkenning van in het buitenland vastgestelde afstemmingsrechtelijke relaties. De rechtbank Den Haag heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. In dit vlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad.
Cassatievlog #020 is ook als podcast beschikbaar.

Gezag van gewijsde van een nadelige beslissing bij een volledig gunstig dictum?
Cassatieblog HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:683 (X/Stichting Rederij De Drie Geuzen)
Wanneer de afwijzing van een vordering of verzoek van de wederpartij berust op een voor de gedaagde of verweerder nadelige beslissing, krijgt die beslissing bij het in kracht van gewijsde gaan van de uitspraak, gezag van gewijsde. De gedaagde of verweerder heeft in dat geval voldoende belang bij een rechtsmiddel tegen die uitspraak, ook al strekt het dictum tot afwijzing van de vordering of het verzoek van de wederpartij. Lees meer…

De rechtsgevolgen van draagmoederschap
HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:685
De Hoge Raad ziet op dit moment af van beantwoording van prejudiciële vragen over de rechtsgevolgen van draagmoederschap in het buitenland, omdat hierover op korte termijn een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. In de tussentijd kan de rechter in een concrete zaak een beslissing nemen aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan de rechter ook overeenkomstige toepassing geven aan art. 10:100 en 10:101 BW. Lees meer…