Alle berichten met de tag: immateriële schade


Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op de volgende kwesties: (1) zijn de vennoten van een vof bij een door de vof gesloten arbeidsovereenkomst ieder afzonderlijk werkgever, (2) de reikwijdte art. 6:228 BW bij het afsluiten van een rentederivaat, (3) het bestaan en de omvang van aansprakelijkheid voor materiële en immateriële schade als gevolg van gaswinning in het Groningerveld en (4) geldt het in de BPR opgegeven briefadres als gekozen woonplaats.

(meer…)

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:599, ECLI:NL:HR:2018:600 en ECLI:NL:HR:2018:602

 Het Arubaanse Wetboek van Strafvordering kent voor vergoeding van schade door toepassing van een strafvorderlijk dwangmiddel een exclusieve rechtsgang, die de weg naar de burgerlijke rechter afsluit. Nabestaanden van een overleden gelaedeerde kunnen in die rechtsgang aanspraak maken op vergoeding van door henzelf gelden materiële én immateriële schade, en in hun hoedanigheid als erfgenamen van de gelaedeerde enkel voor materiële schade van die de gelaedeerde. Voor derden, zoals genoemde nabestaanden, geldt niet de termijn van drie maanden voor de indiening van een schadeverzoek. Zij kunnen een verzoek tot schadevergoeding indienen zolang hun vordering niet naar burgerlijk recht is verjaard. (meer…)

HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2740

(1) Het hof heeft kunnen oordelen dat eiser onzorgvuldig heeft gehandeld door een onjuist gebleken aangifte in een taal die hij niet machtig was te ondertekenen zonder te (laten) onderzoeken of de inhoud daarvan overeenstemde met hetgeen hij wilde verklaren. (2) Voor toekenning van smartengeld wegens aantasting van de eer van een beschuldigde partij is niet vereist dat derden van de beschuldigingen kennis nemen. Potentieel verlies van verdienvermogen kan medebepalend zijn voor de ernst van een aantasting in iemands eer of goede naam. (meer…)