Cassatievlog #146 | Rechtskeuze voor een deel van een buitenlands rechtsstelsel
Hoge Raad 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1665
De partijen bij een overeenkomst mogen op grond van art. 3 Rome I-Verordening zelf kiezen welk rechtsstelsel op hun overeenkomst van toepassing is. Die bepaling staat er niet aan in de weg dat zij kiezen voor een deel van een buitenlands rechtsstelsel in plaats van dat stelsel in zijn geheel, zo oordeelt de Hoge Raad in zijn arrest van 7 november 2025. Dat geldt ook als zij daarmee zouden afwijken van dwingende bepalingen van het recht dat verder op hun overeenkomst van toepassing is. Monique Hazelhorst bespreekt de uitspraak in 4 minuten.
Cassatievlog #146 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Merkenrechtelijke rechtsverwerking
HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1549
PK verkoopt vitamines en voedingssupplementen in Nederland. Zij is houdster van de merkrechten op het Benelux woord- en beeldmerk LUCOVITAAL. Ook Vemedia verkoopt vitamines en voedingssupplementen in Nederland. Vemedia heeft het Benelux woord- en beeldmerk LEEF VITAAL gedeponeerd.
In de periode 2007-2019 bood Vemedia producten aan in een bepaalde verpakking waarop het LEEF VITAAL merk onderaan was afgebeeld (verpakkingstekens 1). In oktober 2009 heeft PK Vemedia gesommeerd het gebruik van het LEEF VITAAL merk te staken. Vanaf 2019 biedt Vemedia haar producten aan in een nieuwe verpakking met het LEEF VITAAL merk bovenaan (verpakkingstekens 2)
In deze procedure heeft PK staking gevorderd van iedere inbreuk op haar merken in de zin van de verpakkingstekens. Het hof heeft de vorderingen afgewezen en daartoe – in de kern – overwogen dat PK in oktober 2009 wist dat Vemedia het LEEF VITAAL merk gebruikte en dat PK dit gebruik meer dan vijf jaar heeft gedoogd, zodat sprake is van merkenrechtelijke rechtsverwerking. (meer…)
Schending mededelingsplicht bemiddelaar bij voetbaltransfer
HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1388
De strekking van art. 7:418 lid 1 BW is het beschermen van de opdrachtgever tegen mogelijke belangenverstrengeling en het middel daartoe is de verplichting van de opdrachtnemer om uit eigen beweging openheid van zaken te verschaffen over zijn eigen belang. Aan die strekking zou afbreuk worden gedaan door aan te nemen dat die verplichting niet, of slechts in beperkte mate geldt indien de opdrachtgever aanknopingspunten heeft om de opdrachtnemer vragen te stellen over diens eigen belang. (meer…)
Nieuw arrest in zaak over de Yukos arbitrages
HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
Cassatievlog #145 | Schending mededelingsplicht door bemiddelaar bij voetbaltransfer
Hoge Raad 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1388
Een profvoetballer vordert schadevergoeding van zijn bemiddelaar bij zijn transfer naar Internazionale. Hij stelt dat de bemiddelaar diens mededelingsplicht heeft geschonden door een commissieovereenkomst met Internazionale te verzwijgen. De Hoge Raad oordeelt dat de mededelingsplicht van een opdrachtnemer bij een mogelijke belangenverstrengeling ook geldt indien de opdrachtgever aanknopingspunten heeft om de opdrachtnemer vragen te stellen over diens eigen belang. De klachten van de bemiddelaar over de begroting van de schade slagen, evenals de klachten van de voetballer over de ingangsdatum van de wettelijke rente. Jellis Jansen bespreekt de uitspraak in 3 minuten.
Cassatievlog #145 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Recente berichten
- Grenzen aan het verrichten van werkzaamheden voor ‘derden’ door het CBS
- Aansprakelijkheid Staat voor inverzekeringstelling minderjarige verdachte
- Cassatievlog # 164 | Dwaling en bancaire zorgplicht bij renteswaps
- Vaststelling Nederlanderschap: bezit van staat vs. kennelijke onverenigbaarheid met de openbare orde
- Inbreuk mededingingsrecht van dochtermaatschappij onrechtmatig jegens moedermaatschappij?
- Onbemand tankstation is geen ‘gebouwde onroerende zaak’ in de zin van art. 7:290 BW
- Verdeling van huurinkomsten uit een nalatenschapsgoed
- Partiële nietigheid van overeenkomst over echtelijke woning en bedrijfspanden
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (340)
- Arbeidsrecht (251)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (45)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (57)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (63)
- Huurrecht (88)
- Huwelijksvermogensrecht (71)
- Insolventierecht (208)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (24)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (183)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (219)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (898)
- Strafrecht (11)
- Verbintenissenrecht (322)
- Vermogensrecht algemeen (93)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (137)