HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
Alle berichten van: Paul Tanja
HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1082
In de verhouding tussen de benadeelde en een WAM-verzekeraar is geen plaats voor een algemene buitenwettelijke regel dat – naar analogie van art. 7:941 lid 5 BW – bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de benadeelde na de verwezenlijking van het risico het eigen recht van art. 6 WAM vervalt. Het afleggen van opzettelijk onjuiste verklaringen met als doel om te bewerkstelligen dat een WAM-verzekering tot stand komt, volstaat niet om te voldoen aan het subjectieve vereiste voor misbruik van Unierecht. (meer…)
HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763
In het wettelijk stelsel van art. 6:248 BW en art. 6:258 BW kan een contractuele bepaling niet op grond van alleen de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid worden ‘uitgeschakeld’ op de wijze die het hof in deze zaak doet. Het hof had in dit geval een opzegtermijn van een maand vervangen door een termijn van drie maanden. (meer…)
HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1168
De verjaringstermijn van drie jaren van art. 3:52 lid 1 onder d BW voor de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst door een echtgenoot, begint zodra die echtgenoot daadwerkelijk bekend is met het bestaan van de overeenkomst. Kennis of begrip dat de echtgenoot de overeenkomst kan vernietigen is niet vereist. (meer…)
HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:322
Deze zaak heeft betrekking op een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking in de zin van art. 6:212 BW.