Wvggz: ontbreken naam psychiater in medische verklaring
HR 12 december 2025 ECLI:NL:HR:2025:1887
Uit het systeem van de Wvggz volgt dat er geen zorgmachtiging mag worden verleend inden de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De ondertekening is van belang omdat daarmee voor iedereen duidelijk is dat de onafhankelijke psychiater de inhoud van de medische verklaring voor zijn rekening neemt. Het ontbreken van de handtekening of naam van de onafhankelijke psychiater kan niet worden geheeld door uitlatingen van de geneesheer-directeur. (meer…)
Erkenning van buitenlands vonnis: forum actoris, stilzwijgende forumkeuze en openbare orde
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1963
Deze zaak draait om de vraag of een buitenlands vonnis in Curaçao voor erkenning in aanmerking komt. Daarvoor is onder meer vereist dat de bevoegdheid van de buitenlandse rechter berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. De Hoge Raad oordeelt dat de bevoegdheid in dit geval niet kon worden gebaseerd op de gewone verblijfplaats van de verzoeker (forum actoris), maar wel op een stilzwijgende forumkeuze van de gedaagde. Daarnaast gaat de zaak in cassatie over de vraag of de erkenning in Curaçao in strijd is met de openbare orde. (meer…)
Cassatievlog #155 | Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201
Overgangsrecht nieuw bewijsrecht. De Hoge Raad beantwoordt vragen van overgangsrecht onder de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Bepaalt het oude of het nieuwe recht of, en zo ja, binnen welke termijn, rechtsmiddelen openstaan? Gertjan Harryvan bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad over deze wet.
Cassatievlog #155 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Thuiszorgster kan o.g.v. art. 4:59 BW geen voordeel trekken uit het testament van de erflater die zij verzorgde
HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:62
Aan het afwerende karakter van een beroep op een vernietigingsgrond van art. 4:62 BW doet niet af dat dit beroep is gedaan in de vorm van een vordering in reconventie. Voor toepasselijkheid van de uitzondering van art. 4:60, aanhef en onder b, BW is de hoedanigheid van de begunstigde op het moment van opmaken van de uiterste wilsbeschikking bepalend. De uitzondering is niet van toepassing op diegene die op grond van een notarieel samenlevingscontract ongehuwd met de erflater samenwoonde. Voor de kwalificatie als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 lid 1 BW is een BIG-registratie niet vereist. (meer…)
Cassatievlog #154 | Toepassing van de openbare orde-exceptie
Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:126
In het internationaal privaatrecht vormt de openbare orde-exceptie een correctie op de toepassing van het recht dat volgens de conflictregels toepasselijk is. De openbare orde in internationaal-privaatrechtelijke zin bestaat uit fundamentele waarden en beginselen van de Nederlandse rechtsorde. De Hoge Raad oordeelt nu dat de openbare orde-exceptie ook in processuele zin van openbare orde is. Dat betekent dat de rechter die exceptie ambtshalve moet toepassen. De rechter in hoger beroep moet dat ook doen buiten het door de grieven ontsloten gebied. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.
Cassatievlog #154 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Recente berichten
- Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
- Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
- Cassatievlog #161 | Verkeerd ingediend beroepschrift
- Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht
- Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen
- Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
- Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW: wat geldt als referteperiode?
- Als de rechter of de gecertificeerde instelling het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig acht, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (339)
- Arbeidsrecht (249)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (56)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (84)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (207)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (23)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (218)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (897)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (320)
- Vermogensrecht algemeen (93)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (135)