Dossier: Verbintenissenrecht


HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:260 (Afvalzorg c.s./Slotereind)

(1) Ook waar een beding verstrekkende gevolgen heeft (zoals een vervalbeding) of waar het een overeenkomst tussen twee professionele partijen betreft die zich hebben laten bijstaan door juridische adviseurs, kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. (2) Bij de toepassing van een contractueel vervalbeding wegens te late melding van een klacht moet mede acht worden geslagen op enerzijds het ingrijpende rechtsgevolg daarvan en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar door de late klacht is geschaad. (meer…)

HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:215 (ROM en PME/Adimec)

Indien het be- en/of verwerken van metalen slechts een ondergeschikt onderdeel van de bedrijfsactiviteit van een onderneming vormt, is voor toerekening van de (overige) gewerkte arbeidsuren op de voet van het Vector-arrest geen plaats en valt die onderneming dus niet onder de werkingssfeer van de CAO voor de Metalelektro. (meer…)

HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:95

Aan het inroepen van het opschortingsrecht vanwege de ondeugdelijkheid van reeds uitgevoerde werkzaamheden staat niet in de weg dat het werk nog niet is opgeleverd. Ook het gegeven dat de gebreken zich nog lenen voor herstel staat daaraan niet in de weg. Het opschortingsrecht strekt er immers toe druk uit te oefenen op de wederpartij zodat hij zijn tegenprestatie levert en heeft mede het karakter van zekerheid voor de voldoening (door middel van verrekening) van de uit een mogelijk verzuim voortvloeiende schadevordering. (meer…)

HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2064 (Eisers / ING Bank N.V.)

Gelet op het verweer dat de rechtsvordering was verjaard op het tijdstip waarop de inleidende dagvaarding werd uitgebracht, rustte op de schuldeiser de stelplicht en bewijslast dat geen sprake is van een voltooide verjaring. De schuldeiser dient dan zo nodig aan te tonen dat ook stuiting heeft plaatsgevonden gedurende de looptijd van nieuwe verjaringstermijnen die ingevolge art. 3:319 lid 1 BW na één of meer stuitingshandelingen zijn aangevangen. (meer…)

HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2123 (BP/[X] c.s)

(1) Bij de toetsing van de toelaatbaarheid van een met andere overeenkomsten samenhangend exclusief afnamebeding moet worden nagegaan in hoeverre die overeenkomst samen met andere overeenkomsten van invloed is op de toegankelijkheid van de betrokken markt en in hoeverre de door de betrokken leverancier gesloten overeenkomsten bijdragen tot het cumulatieve effect dat van die overeenkomsten uitgaat.
(2) Ook conversie (art. 3:42 BW) van overeenkomsten die de mededinging weliswaar niet naar strekking verhinderen, beperken of vervalsen, maar die dit wel tot gevolg hebben, is onverenigbaar met art. 6 lid 2 Mw.
(3) Het hof heeft geen rechtsregel miskend door te oordelen dat de nietigheid van het afnamebeding slechts partiële werking heeft (art. 3:41 BW). (meer…)

Cassatieblog.nl