Beëindiging van een duurovereenkomst
HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763
In het wettelijk stelsel van art. 6:248 BW en art. 6:258 BW kan een contractuele bepaling niet op grond van alleen de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid worden ‘uitgeschakeld’ op de wijze die het hof in deze zaak doet. Het hof had in dit geval een opzegtermijn van een maand vervangen door een termijn van drie maanden. Lees meer…
Wvggz: weigering bijstand advocaat
11 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1138
Indien betrokkene te kennen geeft niet (meer) door de toegevoegde advocaat te willen worden bijgestaan, dient de rechter te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenst. De rechter dient in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek te doen blijken. Lees meer…
Valt een aanbieder van Buy Now, Pay Later onder de werkingssfeer va de richtlijn consumentenkrediet?
HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1008
Inzet van deze zaak is of aanbieders van Buy Now, Pay Later-diensten (BNPL-diensten) vallen onder de reikwijdte van de Richtlijn Consumentenkrediet. Over deze vraag heeft de rechtbank Gelderland prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de door de rechtbank gestelde vragen deels zelf beantwoord, voor het overige heeft hij prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. Na beantwoording van die vragen, beantwoordt de Hoge Raad in de hier besproken zaak de resterende vragen van de kantonrechter.
De Hoge Raad legt uit hoe door de rechter bepaald moet worden of een BNPL-dienst valt onder de regels voor het consumentenkrediet. Daarnaast beantwoordt de Hoge Raad vragen over het vereiste van ‘geruime tijd’ uit art. 7:60 lid 1 BW en over de mate waarin de rechter ambtshalve moet toetsen of de kredietgever voldaan heeft aan de op hem rustende plicht een kredietwaardigheidstoets uit te voeren. Lees meer…
Verzekeraar subrogeert niet integraal in rechten van benadeelde wat betreft uitkomst billijkheidscorrectie
HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1133
In gevallen waarvoor de 50%- of 100%-regel geldt, subrogeert de verzekeraar van de benadeelde, voor zover het gaat om de billijkheidscorrectie, (i) niet in diens rechten wat betreft de 50%- of 100%-regel en (ii) niet integraal wat betreft de ‘gewone’ billijkheidscorrectie, namelijk niet wat betreft de uitkomst van de weging van de relevante omstandigheden. Dat is niet anders wanneer de verzekeraar van de aansprakelijke persoon een vaststellingsovereenkomst met de benadeelde heeft gesloten. Lees meer…
Schending Wijsmuller-norm leidt tot vernietigbaarheid, niet tot nietigheid
HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:978
Besluitvorming door een orgaan van een rechtspersoon vereist dat allen die vergader- of stemrecht hebben of die een raadgevende stem hebben, in de gelegenheid zijn gesteld aan het daarop betrekking hebbende overleg deel te nemen, respectievelijk hun raadgevende stem te gebruiken, en, wat betreft de stemgerechtigden, aan de besluitvorming deel te nemen. Handelen in strijd met deze norm leidt tot vernietigbaarheid van het besluit en niet tot nietigheid daarvan. Lees meer…
Recht om een mondelinge behandeling te vragen is vervallen
HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1172
Als een verzoek om een mondelinge behandeling wordt gedaan nadat een daarvoor bepaalde termijn is verstreken, kan de rechter dat verzoek op die enkele grond afwijzen.
In dat geval geldt niet de regel dat een verzoek om een mondelinge behandeling slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden mag worden afgewezen. Lees meer…
Wvggz: Tweemaal binnen één jaar opstellen van medische verklaring door een psychiater
HR 25 april 2025 ECLI:NL:HR:2025:666
Het feit dat dezelfde psychiater tweemaal een medische verklaring voor betrokkene heeft opgesteld hoeft niet mee te brengen dat deze psychiater niet onafhankelijk is, nu die psychiater overigens op geen enkele wijze bij de behandeling betrokken is. Lees meer…
Ten onrechte aanvullen van de feitelijke grondslag van het verweer
HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1156
Het hof heeft in strijd met art. 24 Rv de grondslag van het verweer van geïntimeerden aangevuld. Lees meer…
Verjaring van een vordering tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst
HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1168
De verjaringstermijn van drie jaren van art. 3:52 lid 1 onder d BW voor de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst door een echtgenoot, begint zodra die echtgenoot daadwerkelijk bekend is met het bestaan van de overeenkomst. Kennis of begrip dat de echtgenoot de overeenkomst kan vernietigen is niet vereist. Lees meer…
Het begrip ‘ruimtelijk verbonden’ in het Arubaanse huurrecht
18 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1170
1) Het hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of een onbegrijpelijk oordeel gegeven door te oordelen dat een pand ‘ruimtelijk verbonden’ is met een hotel in de zin van art. 7:248 BW Aruba, en daarbij belang te hechten aan het doel van die bepaling en de plaatselijke omstandigheden.
2) Het rechtsmiddelenverbod van art. 260 Rv Aruba geldt niet in een geval waarin het Gerecht in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan in het beroep tegen een uitspraak van de Huurcommissie. 3. Ook het specifieke rechtsmiddelenverbod van art. 7:252 BW Aruba in verbinding met art. 7:246 lid 3 BW Aruba is niet van toepassing, reeds omdat een beroep is gedaan op een doorbrekingsgrond. Lees meer…