Selecteer een pagina
Beëindiging van een duurovereenkomst

Beëindiging van een duurovereenkomst

HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763

In het wettelijk stelsel van art. 6:248 BW en art. 6:258 BW kan een contractuele bepaling niet op grond van alleen de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid worden ‘uitgeschakeld’ op de wijze die het hof in deze zaak doet. Het hof had in dit geval een opzegtermijn van een maand vervangen door een termijn van drie maanden. Lees meer…

Valt een aanbieder van Buy Now, Pay Later onder de werkingssfeer va de richtlijn consumentenkrediet?

Valt een aanbieder van Buy Now, Pay Later onder de werkingssfeer va de richtlijn consumentenkrediet?

HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1008

Inzet van deze zaak is of aanbieders van Buy Now, Pay Later-diensten (BNPL-diensten) vallen onder de reikwijdte van de Richtlijn Consumentenkrediet. Over deze vraag heeft de rechtbank Gelderland prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de door de rechtbank gestelde vragen deels zelf beantwoord, voor het overige heeft hij prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. Na beantwoording van die vragen, beantwoordt de Hoge Raad in de hier besproken zaak de resterende vragen van de kantonrechter.

De Hoge Raad legt uit hoe door de rechter bepaald moet worden of een BNPL-dienst valt onder de regels voor het consumentenkrediet. Daarnaast beantwoordt de Hoge Raad vragen over het vereiste van ‘geruime tijd’ uit art. 7:60 lid 1 BW en over de mate waarin de rechter ambtshalve moet toetsen of de kredietgever voldaan heeft aan de op hem rustende plicht een kredietwaardigheidstoets uit te voeren. Lees meer…

Verzekeraar subrogeert niet integraal in rechten van benadeelde wat betreft uitkomst billijkheidscorrectie

Verzekeraar subrogeert niet integraal in rechten van benadeelde wat betreft uitkomst billijkheidscorrectie

HR 11 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1133

In gevallen waarvoor de 50%- of 100%-regel geldt, subrogeert de verzekeraar van de benadeelde, voor zover het gaat om de billijkheidscorrectie, (i) niet in diens rechten wat betreft de 50%- of 100%-regel en (ii) niet integraal wat betreft de ‘gewone’ billijkheidscorrectie, namelijk niet wat betreft de uitkomst van de weging van de relevante omstandigheden. Dat is niet anders wanneer de verzekeraar van de aansprakelijke persoon een vaststellingsovereenkomst met de benadeelde heeft gesloten.  Lees meer…

Schending Wijsmuller-norm leidt tot vernietigbaarheid, niet tot nietigheid

Schending Wijsmuller-norm leidt tot vernietigbaarheid, niet tot nietigheid

HR 20 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:978

Besluitvorming door een orgaan van een rechtspersoon vereist dat allen die vergader- of stemrecht hebben of die een raadgevende stem hebben, in de gelegenheid zijn gesteld aan het daarop betrekking hebbende overleg deel te nemen, respectievelijk hun raadgevende stem te gebruiken, en, wat betreft de stemgerechtigden, aan de besluitvorming deel te nemen. Handelen in strijd met deze norm leidt tot vernietigbaarheid van het besluit en niet tot nietigheid daarvan. Lees meer…

Verjaring van een vordering tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst

Verjaring van een vordering tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst

HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1168

De verjaringstermijn van drie jaren van art. 3:52 lid 1 onder d BW voor de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst door een echtgenoot, begint zodra die echtgenoot daadwerkelijk bekend is met het bestaan van de overeenkomst. Kennis of begrip dat de echtgenoot de overeenkomst kan vernietigen is niet vereist. Lees meer…

Het begrip ‘ruimtelijk verbonden’ in het Arubaanse huurrecht

Het begrip ‘ruimtelijk verbonden’ in het Arubaanse huurrecht

18 juli 2025 ECLI:NL:HR:2025:1170

1) Het hof heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of een onbegrijpelijk oordeel gegeven door te oordelen dat een pand ‘ruimtelijk verbonden’ is met een hotel in de zin van art. 7:248 BW Aruba, en daarbij belang te hechten aan het doel van die bepaling en de plaatselijke omstandigheden.
2) Het rechtsmiddelenverbod van art. 260 Rv Aruba geldt niet in een geval waarin het Gerecht in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan in het beroep tegen een uitspraak van de Huurcommissie. 3. Ook het specifieke rechtsmiddelenverbod van art. 7:252 BW Aruba in verbinding met art. 7:246 lid 3 BW Aruba is niet van toepassing, reeds omdat een beroep is gedaan op een doorbrekingsgrond. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl