HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
Alle berichten met de tag: Rv art. 130
HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1569
Tegen een beslissing van de rechter dat een beroep op bedrog in strijd is met de eisen van een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv, staat geen rechtsmiddel open. (meer…)
HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360
Vordering tot vergoeding van volledige proceskosten wegens schending van de waarheidsplicht, ingesteld na cassatie en verwijzing. (1) Indien is voldaan aan de voorwaarden voor een uitzondering op de ‘in beginsel strakke regel’, is een eiswijziging of -vermeerdering ook mogelijk in een verwijzingsprocedure na cassatie. Toelating ervan mag echter niet in strijd komen met de eisen van een goede procesorde. (2) Een verweer kan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen opleveren als het, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Een hierop gebaseerde vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten is aan de exclusieve en limitatieve regeling van art. 237-240 Rv onttrokken. (meer…)
HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1263
Het hof heeft de vordering tot schadevergoeding wegens de onrechtmatig executie van het vonnis in eerste aanleg kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als een door art. 130 Rv toegelaten vermeerdering van eis. (meer…)
HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:493
(1) In appel komt op grond van art. 353 lid 1 jo. 130 Rv aan de oorspronkelijke eiser de bevoegdheid toe om zijn eis te veranderen of te vermeerderen. Deze bevoegdheid wordt slechts beperkt door de eisen van een goede procesorde en de twee conclusie-regel. (2) Een vordering uit hoofde van een verrekenbeding in een samenlevingsovereenkomst, waaraan eerder geen uitvoering was gegeven, ontstaat en wordt in beginsel opeisbaar op het moment waarop een van de partijen meedeelt de overeenkomst te beëindigen. (meer…)
HR 14 juni 2013, LJN BZ4163 (Auping/Beverslaap)
In het licht van de maatstaven geformuleerd in het arrest De Ronde Venen/Stedin geeft het oordeel van het hof dat sprake moet zijn van een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging in dit geval, gelet op de bijzonderheden daarvan, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. (meer…)