Cassatievlog #141 | | Het recht op mondelinge behandeling
Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1240 en Hoge Raad 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1172
Hoe moet de rechter omgaan met een verzoek om een mondelinge behandeling? Wanneer vervalt het recht op een mondelinge behandeling? In deze vlog bespreekt Maartje Möhring twee recente uitspraken van de Hoge Raad over het recht op mondelinge behandeling.
Cassatievlog #141 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Jongmeerderjarige bij echtscheiding valt niet onder reikwijdte art. 822 en 827 Rv
HR 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:724
De mogelijkheid om in echtscheidingszaken een voorlopige of nevenvoorziening te krijgen, ziet niet op verzoeken om een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van jongmeerderjarige kinderen.
De rechter kan wel een verzoek van de jongmeerderjarige tot het bepalen van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie gelijktijdig behandelen met verzoeken die in de echtscheidingsprocedure tussen zijn ouders worden gedaan. De jongmeerderjarige kan een ouder ook machtigen tot het doen van een dergelijk verzoek. Lees meer…
Cassatievlog #140 | De inhoud en reikwijdte van de bijzondere zorgplicht van banken
Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1237
Enkele agrarische ondernemers hebben schadevergoeding van de bank gevorderd, omdat zij hen bij het aangaan van een kredietovereenkomst niet heeft geïnformeerd over de mogelijke invoering van het fosfaatrechtenstelsel. Zijn banken op grond van hun bijzondere zorgplicht gehouden om hun kennis over zulke mogelijke ontwikkelingen met hun cliënten te delen, voordat een kredietovereenkomst wordt gesloten? Deze en andere vragen beantwoordt de Hoge Raad in dit arrest, dat Hidde Volberda in drie minuten bespreekt.
Cassatievlog #140 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Voeging en de eisen van art. 3:305a BW
HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1534
De partij die zich als belangenorganisatie wenst te voegen aan de zijde van de oorspronkelijke gedaagde in een procedure op de voet van art. 3:305a BW hoeft daarvoor niet te voldoen aan alle eisen die dat wetsartikel stelt.
Wel kleurt art. 3:305a BW het op grond van art. 217 Rv vereiste belang bij voeging. Lees meer…
Praktische wenken voor het omgaan met een beroep op het verschoningsrecht
HR 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1462
- De behoorlijk opgeroepen getuige die zich op een verschoningsrecht meent te kunnen beroepen, moet in beginsel gewoon op de voor het verhoor bepaalde dag ter zitting te verschijnen. Ter zitting zal de rechter ten overstaan van alle partijen beoordelen of de getuige een beroep op een verschoningsrecht toekomt.
- Als aanstonds duidelijk is dat de getuige zich op een verschoningsrecht kan beroepen, kan het praktisch zijn om de rechter te verzoeken daarover eerst schriftelijk te beslissen.
- Als degene die de getuige wenst te horen zich niet met het beroep op het verschoningsrecht kan verenigen, zal de getuige toch gewoon ter zitting moeten verschijnen. Dit is alleen anders als degene die volhardt in het oproepen van de getuige geen enkel rechtens te respecteren belang daarbij heeft aangevoerd. Als dat zo is kan de rechter alsnog voorafgaand aan de zitting schriftelijk beslissen over het beroep op een verschoningsrecht.
- De beslissing van de rechter dat de opgeroepen getuige toch ter zitting moet verschijnen, is een tussenuitspraak, waartegen alleen met verlof een rechtsmiddel kan worden aangewend.
Misleiding bij het afsluiten van een WAM-verzekering
HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1082
In de verhouding tussen de benadeelde en een WAM-verzekeraar is geen plaats voor een algemene buitenwettelijke regel dat – naar analogie van art. 7:941 lid 5 BW – bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de benadeelde na de verwezenlijking van het risico het eigen recht van art. 6 WAM vervalt. Het afleggen van opzettelijk onjuiste verklaringen met als doel om te bewerkstelligen dat een WAM-verzekering tot stand komt, volstaat niet om te voldoen aan het subjectieve vereiste voor misbruik van Unierecht. Lees meer…
Belang van het kind bij uitoefening gezamenlijk gezag
HR 19 september 2025 ECLI:NL:HR:2025:1322
Bij de beoordeling van geschillen omtrent de uitoefening van gezamenlijk gezag neemt de rechter een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt (art. 1:253a lid 1 BW). Dit betekent echter niet dat het belang van het kind altijd zwaarder weegt dan andere belangen. In dit geval heeft het hof dit ofwel miskend, ofwel zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd door in zijn afweging niet een aantal persoonlijke omstandigheden van de moeder te betrekken. Lees meer…
Wzd: machtiging tot onvrijwillige opname en verblijf in een accommodatie op de voet van art. 24 lid 4 Wzd
HR 26 september 2025 ECLI:NL:HR:2025:1384
Op grond van art. 24 lid 4 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ een machtiging als bedoeld in art. 24 lid 2 Wzd voor onvrijwillige opname en (voortgezet) verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen ten aanzien van een persoon met een psychische stoornis in de zin van de Wvggz indien zijn zorgbehoefte daartoe aanleiding geeft. Verslaving aan middelen als alcohol en drugs kan echter op zichzelf niet tot toepassing van de Wvggz leiden.
Afwijken van de vastenlastenmethode
HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1084
In zijn prejudiciële beslissing van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad een model gegeven dat een handvat biedt voor de berekening van de huurprijsvermindering (de vastenlastenmethode). De rechter mag daar in een concreet geval van afwijken, of daaraan een toepassing geven die recht doet aan de omstandigheden van het geval. Lees meer…
Uitleg werkingssfeerbepaling in verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds PFZW
HR 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1325
(1) Een werkingssfeerbepaling in een verplichtstellingsbesluit hoeft niet identiek te zijn aan eenzelfde bepaling uit de cao in dezelfde sector.
(2) Bij de uitleg van een werkingssfeerbepaling is niet van belang of de betreffende werkgever gerepresenteerd werd bij de totstandkoming van het verplichtstellingsbesluit.